Steward worden: Om te zeggen dat het een droom van me is, zou een leugen zijn. Het is een nederig beroep en iedere oefening in nederigheid beschouw ik als een uitdaging. Eerlijk gezegd denk ik dat de meeste mensen er te gemakkelijk over denken. Het is namelijk hard werken en allerminst een pretje om altijd maar door verschillende tijdszones te vliegen. Als steward moet je altijd aardig blijven, je bent tenslotte het visitekaartje van het bedrijf. Zelf gebruik ik graag de metafoor van de warme handdoek die na de avondmaaltijd in de betere restaurants, ook aan boord, dikwijls wordt uitgedeeld om de tomatensaus van het gelaat te vegen. Voor de duur van de vlucht zijn wij, het cabinepersoneel, de warme handdoek voor de passagiers. Dat de handdoek ook wel eens koud wordt en dat wij, de stewards, ook wel eens huilend in slaap vallen na een lange dag gebruikt te zijn, hoeft de passagier niet te weten, die heeft z’n eigen sores.
Visionair
door Bram Esser
Vorige week las ik in De Volkskrant uw oproep om te solliciteren als lijnmanager bij uw organisatie. Mooi woord is dat: lijnmanager. Ik stel me zo voor dat dit iemand is die de (beleids)lijn uitzet. Van de lijnmanager wordt verwacht dat hij zich inleeft in de cliënten, te weten verstandelijk beperkte mensen. Ook verlangt u van de lijnmanager dat die zich inleeft in de belevingswereld van de ouders en de medewerkers. Als professioneel sollicitant stel ik mij regelmatig voor hoe het is om iemand anders te zijn. Dan zie ik mezelf al als innovator mijmerend bij het koffiezetapparaat staan, dromend van prachtige vergezichten. Zonder dromen is er geen vooruitgang.
Het Joodse Dier
door Bram Esser
Geachte heer/mevrouw, ‘De aaibare en vriendelijke dieren zijn katholiek’, zei Gerard Reve ooit. Ook u heeft het aaibare en sympathieke dier vaak op de voorgrond staan, om te beginnen de panda. Dat is natuurlijk begrijpelijk, want u wilt dat het publiek verliefd wordt op hun mooie vacht, lieve ogen en geheimzinnige glimlach en blindelings naar de portemonnee grijpt. Hoe meer geld voor het wereld natuurfonds, hoe beter. Daar ben ik het van harte mee eens. Toch wordt het aaibare dier een beetje in de etalage gezet, om niet te zeggen voor het raam. Nog niet zo lang geleden diende de PvdA een wetsvoorstel in voor het verbod op seks met dieren.
Poolse knoeiers
door Martijn Boven
Geachte wijkgenoten, Ik ben eigenaar van bouwbedrijf Eggens, en woon hier in de wijk. Het is mijn gewoonte niet me uit te laten over dingen die me niet aangaan, of iets te zeggen over dingen die me weliswaar aangaan maar waar ik geen zeggenschap over heb. Ik heb er daarom lang over getwijfeld de brief aan te vangen die u, geachte wijkgenoten, zo-even in de hand hebt genomen, en die u alleen moet lezen als u een Nederlander bent, en niet als u wat anders bent. Niemand kan zeggen dat ik geen goed werk lever – ik ben lid van de NVB, de Nederlandse Vereniging voor Bouwondernemers – niemand kan iets op mijn bedrijf aanmerken. Dat is bij de Poolse timmerlui die onze wijk met folders bestoken, wel anders. Ik heb het beste met u voor als ik u voor hen waarschuw: het zijn oplichters en knoeiers. Ik heb niets tegen Polen op zich. Wil men buitenlanders een kans geven, goed! Maar laat ze niet ons werk afpakken door onder de prijs te gaan zitten. En wie hier wil werken, moet eerst maar eens Nederlands leren. "Wij doen reparatie tegen goed prijs," schrijven ze op die grijze papiertjes die je overal op straat aantreft, en die zo onze mooie wijk vervuilen. Dit zou ik toejuichen, als het in correct Nederlands was opgesteld en als het de waarheid betrof. Maar nu dat niet het geval blijkt, vrees ik voor het lot van onze wijk. Als ik geen goed Nederlands spreek, moet ik ook niet willen werken in een wijk waar men dat wel doet, en waar men kwaliteit meer op prijs stelt dan lage prijzen en slecht werk.