<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
	>

<channel>
	<title>KortProza.nl: korte verhalen en ander kort proza</title>
	<atom:link href="http://www.kortproza.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.kortproza.nl</link>
	<description>KortProza.nl is een blog waarop enkele in Groningen gevestigde auteurs literatuur bedrijven</description>
	<lastBuildDate>Sat, 19 May 2012 14:36:16 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" />
		<item>
		<title>Pachtland – 7.1. Levi</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-7-1-levi/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pachtland-7-1-levi</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-7-1-levi/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 May 2012 07:08:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Devos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Groeiroman]]></category>
		<category><![CDATA[Pachtland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1851</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="168" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/05/images84-300x168.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images84" title="images84" /></p><p>Laat ik maar via de Schildersbuurt terug naar de Vismarkt lopen. Jacob zou er immers toch niet voor zessen zijn, en dan zie ik nog even hoe het inmiddels met ons oude huis gesteld is. ‘Vader hechtte altijd zoveel waarde aan zijn vak. Arts zijn beschouwde hij als een eer. Maar toen hij op het laatst uit Finsterveen werd weggestuurd, was het een gebroken man.’ De conclusie van mevrouw Bruinsma galmt nog steeds na in mijn hoofd, misschien ook omdat zij ze almaar bleef herhalen, ‘een gebroken man...’, terwijl ze het lege kopje op het schoteltje voor zich traag om en om draaide. De dochter van Bruinsma kon hoogstens vijfenvijftig zijn, maar desondanks sprak er al iets gezapigs, bejaards haast, uit haar manier van doen. Een gevolg van haar ongetrouwde status? Starend naar het aftandse biedermeierservies en het klavertjespatroon in het tafelkleed hoopte ze daar kennelijk de antwoorden te ontdekken op de vragen die ik haar kwam voorleggen. Het waren evenwel merkbaar vragen waarmee ze zichzelf al honderden malen eerder had gekweld; wat ik had gedaan, was niet meer dan een slecht geheelde wond opnieuw openrijten. ‘Hij had het idee schromelijk te zijn tekortgeschoten. Het enige wat hij erover kwijt wilde, was dat ze mevrouw Grevingh op het laatst nog in die beroemde kliniek voor zenuwlijders in Oegstgeest hadden opgenomen, maar het had niet meer mogen baten.’ Of ze ook in Oegstgeest was gestorven, wist mevrouw Bruinsma niet zeker. Maar als ik de directeur-geneesheer van die inrichting aanschrijf, kom ik daar wel achter. ‘Vader werd opgevreten door schuldgevoelens, dat zag je gewoon. Een gebroken man...’</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-7-1-levi/">Pachtland – 7.1. Levi</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/piet-devos/">Piet Devos</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-7-1-levi/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="168" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/05/images84-300x168.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images84" title="images84" /></p><p>Laat ik maar via de Schildersbuurt terug naar de Vismarkt lopen. Jacob zou er immers toch niet voor zessen zijn, en dan zie ik nog even hoe het inmiddels met ons oude huis gesteld is. ‘Vader hechtte altijd zoveel waarde aan zijn vak. Arts zijn beschouwde hij als een eer. Maar toen hij op het laatst uit Finsterveen werd weggestuurd, was het een gebroken man.’ De conclusie van mevrouw Bruinsma galmt nog steeds na in mijn hoofd, misschien ook omdat zij ze almaar bleef herhalen, ‘een gebroken man...’, terwijl ze het lege kopje op het schoteltje voor zich traag om en om draaide. De dochter van Bruinsma kon hoogstens vijfenvijftig zijn, maar desondanks sprak er al iets gezapigs, bejaards haast, uit haar manier van doen. Een gevolg van haar ongetrouwde status? Starend naar het aftandse biedermeierservies en het klavertjespatroon in het tafelkleed hoopte ze daar kennelijk de antwoorden te ontdekken op de vragen die ik haar kwam voorleggen. Het waren evenwel merkbaar vragen waarmee ze zichzelf al honderden malen eerder had gekweld; wat ik had gedaan, was niet meer dan een slecht geheelde wond opnieuw openrijten. ‘Hij had het idee schromelijk te zijn tekortgeschoten. Het enige wat hij erover kwijt wilde, was dat ze mevrouw Grevingh op het laatst nog in die beroemde kliniek voor zenuwlijders in Oegstgeest hadden opgenomen, maar het had niet meer mogen baten.’ Of ze ook in Oegstgeest was gestorven, wist mevrouw Bruinsma niet zeker. Maar als ik de directeur-geneesheer van die inrichting aanschrijf, kom ik daar wel achter. ‘Vader werd opgevreten door schuldgevoelens, dat zag je gewoon. Een gebroken man...’</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-7-1-levi/">Pachtland – 7.1. Levi</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/piet-devos/">Piet Devos</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Pachtland – 6.4. Bennink</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-4-bennink/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pachtland-6-4-bennink</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-4-bennink/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 May 2012 05:30:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Martijn Boven</dc:creator>
				<category><![CDATA[Groeiroman]]></category>
		<category><![CDATA[Pachtland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1801</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="155" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/05/images82-300x155.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images82" title="images82" /></p><p>De Hoofdstraat is verworden tot een bruisende symfonie van lichamen waarin het stotende ritme van stribbelende dierenlijven zich paart aan de onregelmatige dreun van de veilinghamer. ‘Hoor ik zeventien? Die meneer met de bolhoed misschien? Niet? Eenmaal, andermaal, verkocht!’ Onderwijl zwelt het gejengel van het dreinend grut telkens aan om even later weer weg te zinken in zachte snikgeluiden, gedempt door roze suikerspinnen en warme oliekoeken. ‘Mama, ik wil een ijsco.’ ‘Niet nu, we gaan zo naar huis.’ ‘Neeeeh, ik wil een ij-ijsco.’ Tussen dit alles door klinkt de kwetterende sirenenzang van reikhalzende jonge vrouwen, wier lichtend gezicht gaten scheurt in de grauwe sluier van opstuivend stof. ‘Heb je gezien wat Dina bij die zigeuners heeft gekocht?’ ‘Nee, wat dan?’ ‘Een minuscuul zijden onderbroekje waar je zo doorheen kunt kijken.’ Mijn zinnen worden overspoeld met indrukken waarvan het lichaam verslag doet in afwisselende vlagen van levenslust en weerzin, hartstocht en weemoed. Ik nader het punt waar de Hoofdstraat aan beide zijden door huizen wordt geflankeerd. Lijven worden stijf tegen elkaar aan gedrukt. Het gedrang wordt zo hevig dat een kinderwagen door zijn wielen zakt. Het bonkige vrouwmens dat het gevaarte voortduwde, staat er zachtjes bij te jammeren. Een blauwe overall buigt zich naar voren en strekt zijn armen uit naar de zuigeling. ‘Hè,’ roept hij lachend, ‘er liggen alleen vier zakken aardappels in.’</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-4-bennink/">Pachtland – 6.4. Bennink</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/martijn-boven/">Martijn Boven</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-4-bennink/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="155" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/05/images82-300x155.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images82" title="images82" /></p><p>De Hoofdstraat is verworden tot een bruisende symfonie van lichamen waarin het stotende ritme van stribbelende dierenlijven zich paart aan de onregelmatige dreun van de veilinghamer. ‘Hoor ik zeventien? Die meneer met de bolhoed misschien? Niet? Eenmaal, andermaal, verkocht!’ Onderwijl zwelt het gejengel van het dreinend grut telkens aan om even later weer weg te zinken in zachte snikgeluiden, gedempt door roze suikerspinnen en warme oliekoeken. ‘Mama, ik wil een ijsco.’ ‘Niet nu, we gaan zo naar huis.’ ‘Neeeeh, ik wil een ij-ijsco.’ Tussen dit alles door klinkt de kwetterende sirenenzang van reikhalzende jonge vrouwen, wier lichtend gezicht gaten scheurt in de grauwe sluier van opstuivend stof. ‘Heb je gezien wat Dina bij die zigeuners heeft gekocht?’ ‘Nee, wat dan?’ ‘Een minuscuul zijden onderbroekje waar je zo doorheen kunt kijken.’ Mijn zinnen worden overspoeld met indrukken waarvan het lichaam verslag doet in afwisselende vlagen van levenslust en weerzin, hartstocht en weemoed. Ik nader het punt waar de Hoofdstraat aan beide zijden door huizen wordt geflankeerd. Lijven worden stijf tegen elkaar aan gedrukt. Het gedrang wordt zo hevig dat een kinderwagen door zijn wielen zakt. Het bonkige vrouwmens dat het gevaarte voortduwde, staat er zachtjes bij te jammeren. Een blauwe overall buigt zich naar voren en strekt zijn armen uit naar de zuigeling. ‘Hè,’ roept hij lachend, ‘er liggen alleen vier zakken aardappels in.’</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-4-bennink/">Pachtland – 6.4. Bennink</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/martijn-boven/">Martijn Boven</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Detroit: Voor altijd de mijne</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/detroit-voor-altijd-de-mijne/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=detroit-voor-altijd-de-mijne</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/detroit-voor-altijd-de-mijne/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 May 2012 14:12:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bram Esser</dc:creator>
				<category><![CDATA[Kort Verhaal]]></category>
		<category><![CDATA[amnesia]]></category>
		<category><![CDATA[auto's]]></category>
		<category><![CDATA[Detroit]]></category>
		<category><![CDATA[mitchigan]]></category>
		<category><![CDATA[nachtleven]]></category>
		<category><![CDATA[ruines]]></category>
		<category><![CDATA[ruins]]></category>
		<category><![CDATA[stad]]></category>
		<category><![CDATA[straten]]></category>
		<category><![CDATA[stuk]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1824</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="234" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/05/22-300x234.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="22" title="22" /></p><p>Wat ben ik? De belichaming van een gedachte? Misschien een hitte zoekend projectiel die, eenmaal afgeschoten, onverbiddelijk op z’n doel afgaat. In mij woont een vaag gevoel van geldingsdrang, oneindig verdund als een homeopathisch middel tegen de eeuwigheid. Menselijke, al te menselijke eigenschappen. Ondanks mijn onsterfelijkheid weet ook ik wat het is om van een moment te genieten. Dit is zo’n moment. Mijn oogleden openen zich als rolluiken en ik zie haar vanuit mijn opgeruimde schedel</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/detroit-voor-altijd-de-mijne/">Detroit: Voor altijd de mijne</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/bram-esser/">Bram Esser</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/detroit-voor-altijd-de-mijne/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="234" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/05/22-300x234.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="22" title="22" /></p><p>Wat ben ik? De belichaming van een gedachte? Misschien een hitte zoekend projectiel die, eenmaal afgeschoten, onverbiddelijk op z’n doel afgaat. In mij woont een vaag gevoel van geldingsdrang, oneindig verdund als een homeopathisch middel tegen de eeuwigheid. Menselijke, al te menselijke eigenschappen. Ondanks mijn onsterfelijkheid weet ook ik wat het is om van een moment te genieten. Dit is zo’n moment. Mijn oogleden openen zich als rolluiken en ik zie haar vanuit mijn opgeruimde schedel</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/detroit-voor-altijd-de-mijne/">Detroit: Voor altijd de mijne</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/bram-esser/">Bram Esser</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Pachtland – 6.3. Levi</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-3-levi/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pachtland-6-3-levi</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-3-levi/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 04 May 2012 09:05:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Devos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Groeiroman]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1773</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="175" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/05/images79-300x175.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images79" title="images79" /></p><p>'Komt prima in orde, meneer Levi! Wanneer u over twee weken naar de stad komt, staat dit paar prachtige kalfsleren molières precies op maat voor u klaar. U hoeft ze alleen maar te komen ophalen!’ Het vergenoegde gezicht van de schoenmaker glimt zowaar nog meer dan de verchroomde schoenlepel waar hij druk mee gesticuleert; de klanten overschouwend die elkaar in zijn krappe reisatelier verdringen, weet hij dat er nog meer zaken te doen zullen zijn eer de avond valt. Ik voel me toch ietwat opgelaten, zo wiebelig op één schoen en een kousenvoet, te midden van wie anders mijn clientèle is. Maar gelukkig voltooit zijn leerling met een laatste hamerslag het opkalefaterwerk aan mijn afgetrapte zool. ‘Zo, dit kan wel weer even, maar over niet al te lange tijd staat u opnieuw op straat’, waarschuwt de onheilsprofeet, terwijl hij me het opgelapte ding aanreikt. ‘Dat nieuwe paar zult u gauw genoeg nodig hebben!’</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-3-levi/">Pachtland – 6.3. Levi</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/piet-devos/">Piet Devos</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-3-levi/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="175" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/05/images79-300x175.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images79" title="images79" /></p><p>'Komt prima in orde, meneer Levi! Wanneer u over twee weken naar de stad komt, staat dit paar prachtige kalfsleren molières precies op maat voor u klaar. U hoeft ze alleen maar te komen ophalen!’ Het vergenoegde gezicht van de schoenmaker glimt zowaar nog meer dan de verchroomde schoenlepel waar hij druk mee gesticuleert; de klanten overschouwend die elkaar in zijn krappe reisatelier verdringen, weet hij dat er nog meer zaken te doen zullen zijn eer de avond valt. Ik voel me toch ietwat opgelaten, zo wiebelig op één schoen en een kousenvoet, te midden van wie anders mijn clientèle is. Maar gelukkig voltooit zijn leerling met een laatste hamerslag het opkalefaterwerk aan mijn afgetrapte zool. ‘Zo, dit kan wel weer even, maar over niet al te lange tijd staat u opnieuw op straat’, waarschuwt de onheilsprofeet, terwijl hij me het opgelapte ding aanreikt. ‘Dat nieuwe paar zult u gauw genoeg nodig hebben!’</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-3-levi/">Pachtland – 6.3. Levi</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/piet-devos/">Piet Devos</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Pachtland – 6.2. Roggeveen</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-2-roggeveen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pachtland-6-2-roggeveen</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-2-roggeveen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 22 Apr 2012 18:28:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bram Esser</dc:creator>
				<category><![CDATA[Groeiroman]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1750</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="235" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/04/leeuw+in+bad-1-300x235.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="leeuw+in+bad-1" title="leeuw+in+bad-1" /></p><p>Op tafel, naast mijn aantekeningen, staat een kruikje met Schnaps. Uit Cuxhaven, zoals de herbergier mij samenzweerderig toevertrouwde. Waarom dat bijzonder is, weet ik niet. Het goedje werd ook geserveerd op mijn eerste presentatiemiddag nu alweer twee maanden geleden. In twee maanden is er weinig gebeurd, dingen hebben hier blijkbaar tijd nodig. De drank brandt aangenaam op mijn tong en verbindt mijn hoofd met mijn maagstreek als een roodgloeiende draad. Verdoving. Eigenlijk zou ik hier niet alleen moeten drinken; iedereen is zich juist buiten aan het vermaken op de jaarmarkt. Ik zag dat er zelfs wat mensen van buiten naar Finsterveen zijn gekomen. Het zou leuk zijn om als gids op te treden en hen een rondleiding te geven. De toeristen bewegen zich voort in groepjes en je kunt ze allemaal herkennen aan hun jas en stevige schoeisel. Wandelkleren. De stedeling gelooft nog in de boerenidylle. Zij vinden het pittoresk om met een koets door het land te rijden. ‘Het spul van buiten,’ zo noemde een van de dronken veenbewoners een groepje dames die met identieke witte hoeden langs de kraampjes met ingemaakte paddenstoelen en bietencompote liepen. Ik wilde er bijna iets van zeggen, maar ik ben hier niet als sociaal werker naartoe gekomen. Eerst komt de infrastructuur, daarna de moraal. Daarom drink ik voorlopig op mijn kamer. Nog eentje dan, om de rode draad tussen mijn maag en mijn hoofd niet te verbreken. Het is net alsof ik beter ruik, er zijn andere geuren dan alleen de vochtige wanden van mijn kamer en het muffe tapijt. Door het open raam waait zelfs iets van lavendel...Ach nu weet ik het, dat is natuurlijk de geur van zeepsop. De demonstratie van Reinders was een groot succes. Wat heet. Hun tent met de email badkuip was populairder dan de leeuwenkooi van het circus. Vanochtend waren ze met een vrachtwagentje gekomen en hadden alles razendsnel in gereedheid gebracht in een hagelwitte tent.</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-2-roggeveen/">Pachtland – 6.2. Roggeveen</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/bram-esser/">Bram Esser</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-2-roggeveen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="235" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/04/leeuw+in+bad-1-300x235.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="leeuw+in+bad-1" title="leeuw+in+bad-1" /></p><p>Op tafel, naast mijn aantekeningen, staat een kruikje met Schnaps. Uit Cuxhaven, zoals de herbergier mij samenzweerderig toevertrouwde. Waarom dat bijzonder is, weet ik niet. Het goedje werd ook geserveerd op mijn eerste presentatiemiddag nu alweer twee maanden geleden. In twee maanden is er weinig gebeurd, dingen hebben hier blijkbaar tijd nodig. De drank brandt aangenaam op mijn tong en verbindt mijn hoofd met mijn maagstreek als een roodgloeiende draad. Verdoving. Eigenlijk zou ik hier niet alleen moeten drinken; iedereen is zich juist buiten aan het vermaken op de jaarmarkt. Ik zag dat er zelfs wat mensen van buiten naar Finsterveen zijn gekomen. Het zou leuk zijn om als gids op te treden en hen een rondleiding te geven. De toeristen bewegen zich voort in groepjes en je kunt ze allemaal herkennen aan hun jas en stevige schoeisel. Wandelkleren. De stedeling gelooft nog in de boerenidylle. Zij vinden het pittoresk om met een koets door het land te rijden. ‘Het spul van buiten,’ zo noemde een van de dronken veenbewoners een groepje dames die met identieke witte hoeden langs de kraampjes met ingemaakte paddenstoelen en bietencompote liepen. Ik wilde er bijna iets van zeggen, maar ik ben hier niet als sociaal werker naartoe gekomen. Eerst komt de infrastructuur, daarna de moraal. Daarom drink ik voorlopig op mijn kamer. Nog eentje dan, om de rode draad tussen mijn maag en mijn hoofd niet te verbreken. Het is net alsof ik beter ruik, er zijn andere geuren dan alleen de vochtige wanden van mijn kamer en het muffe tapijt. Door het open raam waait zelfs iets van lavendel...Ach nu weet ik het, dat is natuurlijk de geur van zeepsop. De demonstratie van Reinders was een groot succes. Wat heet. Hun tent met de email badkuip was populairder dan de leeuwenkooi van het circus. Vanochtend waren ze met een vrachtwagentje gekomen en hadden alles razendsnel in gereedheid gebracht in een hagelwitte tent.</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-2-roggeveen/">Pachtland – 6.2. Roggeveen</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/bram-esser/">Bram Esser</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Pachtland – 6.1 Hebe</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-1-hebe/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pachtland-6-1-hebe</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-1-hebe/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Apr 2012 09:44:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Konstantin Mierau</dc:creator>
				<category><![CDATA[Groeiroman]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1715</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="145" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/04/hebe-6.1-afbeelding-300x145.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="hebe-6.1-afbeelding" title="hebe-6.1-afbeelding" /></p><p>Jongens van buiten het dorp stampen met hun blote voeten in het meer. Jeugd van de kermis, overal thuis, nooit verlegen. Het water is nog koud maar de lente zit in de lucht en in de middagzon is het best warm. Kooyker kijkt verlekkerd. Tussen het spruit zit vast een visje dat hij ook wel eens wil bakken. Een glanzend bruin jongetje begint modder te gooien. Eerst naar zijn makkers in het water, dan naar de toeschouwers. De plaatselijke meiden aan de kant gillen het uit. Miriam is er ook bij. Ze houdt zich in, maar haar ogen fonkelen. Het werd tijd voor een feest. Verdomme. Die Kooyker moet je ook altijd bij het handje nemen. Nog een jaartje tot het pensioen. Tijd uitzitten en mij het werk laten doen. ‘Baas! Hier is niets aan de hand. We moeten verder. De kermislui moeten nog aftikken voor hun vergunningen, en ik wil eens even zien wie d’r nu weer bij is. Die jongens van hen moeten het niet in hun hoofd halen hier iets uit te spoken. Dat geeft kleurverschil over negen maanden. Voor je het weet, maakt een van die stakkers hier z’n dochter af omdat ie geen zin heeft in een kermiskindje.’

 </p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-1-hebe/">Pachtland – 6.1 Hebe</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/konstantin-mierau/">Konstantin Mierau</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-1-hebe/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="145" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/04/hebe-6.1-afbeelding-300x145.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="hebe-6.1-afbeelding" title="hebe-6.1-afbeelding" /></p><p>Jongens van buiten het dorp stampen met hun blote voeten in het meer. Jeugd van de kermis, overal thuis, nooit verlegen. Het water is nog koud maar de lente zit in de lucht en in de middagzon is het best warm. Kooyker kijkt verlekkerd. Tussen het spruit zit vast een visje dat hij ook wel eens wil bakken. Een glanzend bruin jongetje begint modder te gooien. Eerst naar zijn makkers in het water, dan naar de toeschouwers. De plaatselijke meiden aan de kant gillen het uit. Miriam is er ook bij. Ze houdt zich in, maar haar ogen fonkelen. Het werd tijd voor een feest. Verdomme. Die Kooyker moet je ook altijd bij het handje nemen. Nog een jaartje tot het pensioen. Tijd uitzitten en mij het werk laten doen. ‘Baas! Hier is niets aan de hand. We moeten verder. De kermislui moeten nog aftikken voor hun vergunningen, en ik wil eens even zien wie d’r nu weer bij is. Die jongens van hen moeten het niet in hun hoofd halen hier iets uit te spoken. Dat geeft kleurverschil over negen maanden. Voor je het weet, maakt een van die stakkers hier z’n dochter af omdat ie geen zin heeft in een kermiskindje.’

 </p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-6-1-hebe/">Pachtland – 6.1 Hebe</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/konstantin-mierau/">Konstantin Mierau</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Pension Pygmalion</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/pension-pygmalion/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pension-pygmalion</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/pension-pygmalion/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 Apr 2012 13:13:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Devos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Kort Verhaal]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1705</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="179" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/04/images78-300x179.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images78" title="images78" /></p><p>30 september. In dit oord kun je je pas echt een balling wanen! Natuurlijk zocht ik de nodige afzondering om eindelijk die memoires te schrijven; alleen schijn ik nog beter in mijn opzet te zijn geslaagd dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden. Nadat we de laatste buitenwijken van de stad gepasseerd waren, hebben we wel drie kwartier stug doorgereden zonder ook maar een sterveling tegen te komen. Aan weerszijden van de landweg waar we al spoedig overheen denderden niets dan dorre vlaktes, met slechts hier en daar wat vergeeld struikgewas of een groepje huizen die de indruk wekten sinds lang onbewoond te zijn. De taxichauffeur moet mijn verbazing over deze onafzienbare woestenij hebben bemerkt, want plots doemde zijn spichtige vossengrijns op in het achteruitkijkspiegeltje: "Ja, meneer, geen mens die het hier erg lang uithoudt!" In de snel invallende schemering rees voor ons ten slotte een donkere massa op. Wat me eerst een bos had toegeschenen, bleek meer weg te hebben van een ruig park met hoge sparren, waartussen een oprijlaan slingerend een flauwe helling op voerde. In het schijnsel van de koplampen zag ik af en toe vage schimmen tussen de bomen voorbijflitsen; kleine rotsformaties, meende ik, maar toen er plots eentje vlakbij in een bocht stond, zag ik dat het een menselijke gedaante voorstelde, een naakte vrouw nog wel in een verwrongen extatische houding. Het is bijna te gênant voor woorden, maar onmiddellijk voelde ik een erectie opkomen, iets wat me al in tijden niet meer is gebeurd... "Mevrouw is beeldhouwster", verduidelijkte de vossenkop koeltjes. Kort daarna bereikten we het erf van een statig landhuis boven op de heuvel, waar mijn voerman ogenblikkelijk zijn wagen keerde. Hij gunde me amper de tijd om hem wat muntstukken toe te stoppen – veel te weinig volgens mij - alvorens de heuvel weer af te stuiven. Vreemd genoeg was mijn gierende aankomst onopgemerkt gebleven. Hoewel de zware voordeur niet op slot zat, werd ook binnen niet op mijn herhaalde roepen gereageerd. Toch werd ik verwacht, aangezien ik in de eetkamer een eenvoudige broodmaaltijd aantrof en een briefje met daarop mijn naam en het kamernummer.</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/pension-pygmalion/">Pension Pygmalion</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/piet-devos/">Piet Devos</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/pension-pygmalion/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="179" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/04/images78-300x179.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images78" title="images78" /></p><p>30 september. In dit oord kun je je pas echt een balling wanen! Natuurlijk zocht ik de nodige afzondering om eindelijk die memoires te schrijven; alleen schijn ik nog beter in mijn opzet te zijn geslaagd dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden. Nadat we de laatste buitenwijken van de stad gepasseerd waren, hebben we wel drie kwartier stug doorgereden zonder ook maar een sterveling tegen te komen. Aan weerszijden van de landweg waar we al spoedig overheen denderden niets dan dorre vlaktes, met slechts hier en daar wat vergeeld struikgewas of een groepje huizen die de indruk wekten sinds lang onbewoond te zijn. De taxichauffeur moet mijn verbazing over deze onafzienbare woestenij hebben bemerkt, want plots doemde zijn spichtige vossengrijns op in het achteruitkijkspiegeltje: "Ja, meneer, geen mens die het hier erg lang uithoudt!" In de snel invallende schemering rees voor ons ten slotte een donkere massa op. Wat me eerst een bos had toegeschenen, bleek meer weg te hebben van een ruig park met hoge sparren, waartussen een oprijlaan slingerend een flauwe helling op voerde. In het schijnsel van de koplampen zag ik af en toe vage schimmen tussen de bomen voorbijflitsen; kleine rotsformaties, meende ik, maar toen er plots eentje vlakbij in een bocht stond, zag ik dat het een menselijke gedaante voorstelde, een naakte vrouw nog wel in een verwrongen extatische houding. Het is bijna te gênant voor woorden, maar onmiddellijk voelde ik een erectie opkomen, iets wat me al in tijden niet meer is gebeurd... "Mevrouw is beeldhouwster", verduidelijkte de vossenkop koeltjes. Kort daarna bereikten we het erf van een statig landhuis boven op de heuvel, waar mijn voerman ogenblikkelijk zijn wagen keerde. Hij gunde me amper de tijd om hem wat muntstukken toe te stoppen – veel te weinig volgens mij - alvorens de heuvel weer af te stuiven. Vreemd genoeg was mijn gierende aankomst onopgemerkt gebleven. Hoewel de zware voordeur niet op slot zat, werd ook binnen niet op mijn herhaalde roepen gereageerd. Toch werd ik verwacht, aangezien ik in de eetkamer een eenvoudige broodmaaltijd aantrof en een briefje met daarop mijn naam en het kamernummer.</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/kort-verhaal/pension-pygmalion/">Pension Pygmalion</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/piet-devos/">Piet Devos</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Pachtland – 5.4. Levi</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-4-levi/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pachtland-5-4-levi</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-4-levi/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Mar 2012 06:37:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Devos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Groeiroman]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1698</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="174" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/03/images77-300x174.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images77" title="images77" /></p><p>In herinneringen lijkt vaak een kompas te schuilen: ongemerkt leiden ze je terug naar de plek waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden die je bezig houdt. Pas hier, op het pad rondom het meer, is het tot me doorgedrongen dat Bruinsma en ik ook uren langs deze oever hebben gelopen, die decemberdag in 1925, toen hij me inwijdde in de geheimenissen van het artsenbestaan op het platteland. Het was toen een stuk kouder dan vandaag, want terwijl de oude man geduldig op me inpraatte, opdat ik mijn boekenwijsheid maar zo gauw mogelijk zou vergeten, bleef zijn adem in wolkjes uit zijn mond opkringelen. Over het met ijs bedekte water gebaarde hij met zijn benige handen in de richting van het dorp of wees hij me de boerderijen aan, waarvan hij de bewoners allen bij naam en toenaam scheen te kennen, en meestal ook nog hun medische geschiedenis tot meerdere generaties terug. Toen hij mijn verbazing hierover bemerkte, verontschuldigde hij zich haast: 'Wat wil je, beste jongen, ik ben in Finsterveen geboren en ben er maar een paar jaar weg geweest om de artsenij te leren.' De vriendschap met vader moet ook van die studietijd in Groningen dateren. Later, toen wij er al waren, zochten ze elkaar nog slechts zelden op – hooguit een keertje per jaar -, maar vader zat 's avonds wel regelmatig bij het licht van de walmende olielamp hele epistels aan zijn 'oude, trouwe spitsbroeder' te schrijven. Om de paar zinnen nam hij dan het knijpbrilletje van zijn neus om de nog brandschone glazen bedachtzaam op te poetsen. Ik was best jaloers op degene die zulke lange brieven van vader kreeg. Als wij hem om raad vroegen, had hij altijd wel een wijs citaat of een geestige parabel klaar, maar ging bijna nooit rechtstreeks in op onze problemen. Zo ook niet toen ik, ietwat beverig, met de mededeling kwam dat ik erover dacht van de Talmoedschool af te gaan om medicijnen te studeren. Hij legde alleen even zijn pen neer, wreef zijn bril schoon en zei: 'Als je bezig bent een boom te planten, wanneer men je komt vertellen dat de Messias in aantocht is, plant dan eerst die boom en ga hem daarna tegemoet om hem te ontvangen.' </p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-4-levi/">Pachtland – 5.4. Levi</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/piet-devos/">Piet Devos</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-4-levi/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="174" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/03/images77-300x174.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images77" title="images77" /></p><p>In herinneringen lijkt vaak een kompas te schuilen: ongemerkt leiden ze je terug naar de plek waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden die je bezig houdt. Pas hier, op het pad rondom het meer, is het tot me doorgedrongen dat Bruinsma en ik ook uren langs deze oever hebben gelopen, die decemberdag in 1925, toen hij me inwijdde in de geheimenissen van het artsenbestaan op het platteland. Het was toen een stuk kouder dan vandaag, want terwijl de oude man geduldig op me inpraatte, opdat ik mijn boekenwijsheid maar zo gauw mogelijk zou vergeten, bleef zijn adem in wolkjes uit zijn mond opkringelen. Over het met ijs bedekte water gebaarde hij met zijn benige handen in de richting van het dorp of wees hij me de boerderijen aan, waarvan hij de bewoners allen bij naam en toenaam scheen te kennen, en meestal ook nog hun medische geschiedenis tot meerdere generaties terug. Toen hij mijn verbazing hierover bemerkte, verontschuldigde hij zich haast: 'Wat wil je, beste jongen, ik ben in Finsterveen geboren en ben er maar een paar jaar weg geweest om de artsenij te leren.' De vriendschap met vader moet ook van die studietijd in Groningen dateren. Later, toen wij er al waren, zochten ze elkaar nog slechts zelden op – hooguit een keertje per jaar -, maar vader zat 's avonds wel regelmatig bij het licht van de walmende olielamp hele epistels aan zijn 'oude, trouwe spitsbroeder' te schrijven. Om de paar zinnen nam hij dan het knijpbrilletje van zijn neus om de nog brandschone glazen bedachtzaam op te poetsen. Ik was best jaloers op degene die zulke lange brieven van vader kreeg. Als wij hem om raad vroegen, had hij altijd wel een wijs citaat of een geestige parabel klaar, maar ging bijna nooit rechtstreeks in op onze problemen. Zo ook niet toen ik, ietwat beverig, met de mededeling kwam dat ik erover dacht van de Talmoedschool af te gaan om medicijnen te studeren. Hij legde alleen even zijn pen neer, wreef zijn bril schoon en zei: 'Als je bezig bent een boom te planten, wanneer men je komt vertellen dat de Messias in aantocht is, plant dan eerst die boom en ga hem daarna tegemoet om hem te ontvangen.' </p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-4-levi/">Pachtland – 5.4. Levi</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/piet-devos/">Piet Devos</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Pachtland – 5.3. Hebe</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-3-hebe/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pachtland-5-3-hebe</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-3-hebe/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Mar 2012 11:25:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Konstantin Mierau</dc:creator>
				<category><![CDATA[Groeiroman]]></category>
		<category><![CDATA[Pachtland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1688</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="193" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/03/images76-300x193.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images76" title="images76" /></p><p>‘S’ zegt ze hardop, terwijl haar wijsvinger de lijnen van de lak op de tank volgt. ‘A’, ze spreekt de letters uit als waren het vreemde dingen. Iets van vroeger. ‘R’, ik voel een tinteling. ‘O’, ik kijk hoe haar lippen zich uitstulpen en terugtrekken als een mossel, terwijl ze aandachtig de klanken vormt. Godverdomme, wat is het goed om hier te zijn. ‘L’, ik zie haar tong haar gehemelte kietelen. ‘Hebe, was iss’n das fürn ‘E’ mit so nem Strich druff?’, vraagt ze in dat rare taaltje van haar. Beetje plat, maar niet dat Oost-Fries wat de rest hier spreekt. Hamburg, heeft ze een keer verteld. ‘Hebe, hörst de mir zu?’ Ze grijpt mijn riem. ‘Saroléa,’ zeg ik ‘de motor is Belgisch, of Frans, weet ik veel, maar mooi hé, schön, die gouden letters.’ Ik raak haar vinger aan, blank, gebleekt van het zoute water tijdens het visgraten verwijderen en het garnalenpellen. Zo anders dan haar bruine gezicht. Ik veeg het haar uit haar ogen en laat een oliesmeer achter. Mijn sporen. Kom, Mädchen, ik heb niet veel tijd, keine Zeit, ik heb wat zijde voor je, ‘Esquire Exquisite Damenstrümpfe’. ‘Voor jou. Garnalenprinsesje. Mosselkoningin.’ Ik ga op mijn knieën en snuif haar geur. Ik schuif haar jurk omhoog. Degelijk katoen en wit vlees. ‘A’ zegt ze en volgt de laatste letter op de tank, terwijl ze met haar andere hand mijn hoofd tussen haar dijen duwt.</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-3-hebe/">Pachtland – 5.3. Hebe</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/konstantin-mierau/">Konstantin Mierau</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-3-hebe/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="193" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/03/images76-300x193.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images76" title="images76" /></p><p>‘S’ zegt ze hardop, terwijl haar wijsvinger de lijnen van de lak op de tank volgt. ‘A’, ze spreekt de letters uit als waren het vreemde dingen. Iets van vroeger. ‘R’, ik voel een tinteling. ‘O’, ik kijk hoe haar lippen zich uitstulpen en terugtrekken als een mossel, terwijl ze aandachtig de klanken vormt. Godverdomme, wat is het goed om hier te zijn. ‘L’, ik zie haar tong haar gehemelte kietelen. ‘Hebe, was iss’n das fürn ‘E’ mit so nem Strich druff?’, vraagt ze in dat rare taaltje van haar. Beetje plat, maar niet dat Oost-Fries wat de rest hier spreekt. Hamburg, heeft ze een keer verteld. ‘Hebe, hörst de mir zu?’ Ze grijpt mijn riem. ‘Saroléa,’ zeg ik ‘de motor is Belgisch, of Frans, weet ik veel, maar mooi hé, schön, die gouden letters.’ Ik raak haar vinger aan, blank, gebleekt van het zoute water tijdens het visgraten verwijderen en het garnalenpellen. Zo anders dan haar bruine gezicht. Ik veeg het haar uit haar ogen en laat een oliesmeer achter. Mijn sporen. Kom, Mädchen, ik heb niet veel tijd, keine Zeit, ik heb wat zijde voor je, ‘Esquire Exquisite Damenstrümpfe’. ‘Voor jou. Garnalenprinsesje. Mosselkoningin.’ Ik ga op mijn knieën en snuif haar geur. Ik schuif haar jurk omhoog. Degelijk katoen en wit vlees. ‘A’ zegt ze en volgt de laatste letter op de tank, terwijl ze met haar andere hand mijn hoofd tussen haar dijen duwt.</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-3-hebe/">Pachtland – 5.3. Hebe</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/konstantin-mierau/">Konstantin Mierau</a></p>
	</item>
		<item>
		<title>Pachtland – 5.2. Bennink</title>
		<link>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-2-bennink/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=pachtland-5-2-bennink</link>
		<comments>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-2-bennink/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 16 Mar 2012 07:00:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Martijn Boven</dc:creator>
				<category><![CDATA[Groeiroman]]></category>
		<category><![CDATA[Pachtland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.kortproza.nl/?p=1614</guid>
		<description><![CDATA[<p><img width="300" height="186" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/03/images73-300x186.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images73" title="images73" /></p><p>‘De bewijslast ligt bij u,’ bleef notaris Siccama uit Winschoten maar herhalen. Dat was in 1904, vijf jaren nadat Grevingh zijn hulp had aangeboden. ‘De bewijslast ligt bij u.’ Eerst besefte pa niet wat deze woorden betekenden. Totdat bleek dat geen van de zeven herenboeren – pa en zes anderen – een verkoopakte kon overleggen. De documenten die ze de notaris in bewaring hadden gegeven, waren verloren gegaan in een brand, ontstaan door onbekende oorzaak, al twijfelde pa er later geen moment meer aan dat Grevingh en de notaris daar zelf de hand in hadden gehad. Nog drie straten. Als ik doorloop ben ik nog net op tijd voor mijn afspraak met de ingenieur. Hij schijnt niet te beseffen dat Grevingh zijn land onrechtmatig heeft verkregen; misschien kan het hem niets schelen, misschien kiest hij – net als de notaris – altijd de zijde van de bezitter, ongeacht de rechtmatigheid van diens bezit. Geen van de zeven herenboeren – zes waren toen nog in leven, de zevende werd vertegenwoordigd door zijn weduwe – kon bewijzen dat er in de oorspronkelijke verkoopakte een clausule was opgenomen die Grevingh ertoe verplichtte het land tegen dezelfde prijs terug te verkopen aan de oorspronkelijke eigenaar, enkel vermeerderd met een rentepercentage. Grevingh beweerde zich niets te herinneren van deze voorwaarden. Hij zwaaide enkel met zijn eigen kopie van de koopakte, waarin een dergelijke clausule ontbrak. Had hij de koopakte vanaf het begin af aan zo laten opstellen of was deze pas later vervalst? Pa wist het niet.</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-2-bennink/">Pachtland – 5.2. Bennink</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/martijn-boven/">Martijn Boven</a></p>]]></description>
		<wfw:commentRss>http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-2-bennink/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<p><img width="300" height="186" src="http://www.kortproza.nl/wp-content/uploads/2012/03/images73-300x186.jpg" class="attachment-medium wp-post-image" alt="images73" title="images73" /></p><p>‘De bewijslast ligt bij u,’ bleef notaris Siccama uit Winschoten maar herhalen. Dat was in 1904, vijf jaren nadat Grevingh zijn hulp had aangeboden. ‘De bewijslast ligt bij u.’ Eerst besefte pa niet wat deze woorden betekenden. Totdat bleek dat geen van de zeven herenboeren – pa en zes anderen – een verkoopakte kon overleggen. De documenten die ze de notaris in bewaring hadden gegeven, waren verloren gegaan in een brand, ontstaan door onbekende oorzaak, al twijfelde pa er later geen moment meer aan dat Grevingh en de notaris daar zelf de hand in hadden gehad. Nog drie straten. Als ik doorloop ben ik nog net op tijd voor mijn afspraak met de ingenieur. Hij schijnt niet te beseffen dat Grevingh zijn land onrechtmatig heeft verkregen; misschien kan het hem niets schelen, misschien kiest hij – net als de notaris – altijd de zijde van de bezitter, ongeacht de rechtmatigheid van diens bezit. Geen van de zeven herenboeren – zes waren toen nog in leven, de zevende werd vertegenwoordigd door zijn weduwe – kon bewijzen dat er in de oorspronkelijke verkoopakte een clausule was opgenomen die Grevingh ertoe verplichtte het land tegen dezelfde prijs terug te verkopen aan de oorspronkelijke eigenaar, enkel vermeerderd met een rentepercentage. Grevingh beweerde zich niets te herinneren van deze voorwaarden. Hij zwaaide enkel met zijn eigen kopie van de koopakte, waarin een dergelijke clausule ontbrak. Had hij de koopakte vanaf het begin af aan zo laten opstellen of was deze pas later vervalst? Pa wist het niet.</p><p>Bericht: <a href="http://www.kortproza.nl/groeiroman/pachtland-5-2-bennink/">Pachtland – 5.2. Bennink</a> 
Auteur: <a rel="author" href="http://www.kortproza.nl/author/martijn-boven/">Martijn Boven</a></p>
	</item>
	</channel>
</rss>

