Katapult logo
  • Home
  • Contact
  • Groeiroman
  • Kort Verhaal
    • Proza brokje
  • Brieven
  • Heupschot
Home » Groeiroman
Over de groeiroman
  • Groeiroman
nov17

Over de groeiroman

door Redactie

Lees hier meer over 'Pachtland, een groeiroman': Iedere vrijdag publiceren we een hoofdstuk uit onze ‘groeiroman’: een experimentele internetroman in feuilletonvorm. Deze roman heeft een meervoudig vertelperspectief. Het is dan ook niet het werk van één, maar van vier schrijvers. Om de beurt leveren zij een hoofdstuk in waarin zij telkens het perspectief van een van de personages kiezen. Het verhaal speelt zich af in een fictieve streek in Oost-Groningen ten tijde van het interbellum.

»»
Pachtland – 1.1. Hebe
  • Groeiroman
nov18

Pachtland – 1.1. Hebe

door Konstantin Mierau

‘Fietsen, jonge, een plattelandsagent fietst’, zegt de baas altijd. ‘Een paard kun je moeilijk in de gracht mikken als het lelijk wordt, en die motorfiets van jou die horen ze in Drenthe nog, trappen dus als je die gasten wilt pakken.’ ‘Fietsen, jonge, een plattelandsagent fietst’, zegt de baas altijd. ‘Een paard kun je moeilijk in de gracht mikken als het lelijk wordt, en die motorfiets van jou die horen ze in Drenthe nog, trappen dus als je die gasten wilt pakken.’ Kan die lekker zeggen in z’n hok. Ik moet de hort op. Vlak is het. Modder kruipt langs je broekspijpen omhoog en de wind fluit om je vingers tot ze verkrampen. Moeders zei: ‘De lucht is hier zo vochtig dat je kleren altijd nat blijven.’ Had ze maar niet in het Noorden geboren moeten worden. Een sperwer stijgt op van de wegwijzer bij de kruising en laat zich vallen op een veldmuis.

»»
Pachtland – 1.2. Bennink
  • Groeiroman
nov25

Pachtland – 1.2. Bennink

door Martijn Boven

Ik beklim de trappen naar de borg van Grevingh. Vanuit de verte ziet het gebouw eruit als een decorwand uit een Amerikaanse film, maar wie dichterbij komt begrijpt onmiddellijk dat er iets taais en hardnekkigs sluimert in de hoge kamers die erachter schuilgaan. Het is alsof het huis vergroeid is met de man die het met zijn eigen zweet en bloed uit de Groningse kleigrond heeft gestampt, alsof ze samen hebben besloten paal en perk te stellen aan de tekortkomingen van het menselijke ras. Ik kijk omhoog en voel me krimpen bij de primitieve hardnekkigheid van de stenen, de onverschilligheid waarmee ze elke aanval van buitenaf weerstaan. Al maanden glijden de klauwen van de wraak als lange schaduwen over de ramen, maar binnendringen durven ze niet. Ik treed binnen. Ook ik durf niet, maar ik moet. Ik loop de gang in. De intense stilte die zich hongerig op me werpt, vreet aan de kalmte in mijn ingewanden. De eentonige holle klanken die mijn voetstappen uit het binnenste van het huis opdiepen, staan in schril contrast met de wilde, onregelmatige galop van mijn hart.

»»
Pachtland – 1.3. Levi
  • Groeiroman
dec02

Pachtland – 1.3. Levi

door Piet Devos

Zodra ik het smoezelige gordijn van de alkoof heb weggetrokken, is één blik voldoende om vast te stellen dat de patiënt stervende is. Net als bij mijn vorige bezoeken overdekt een koortsige blos het door weer en wind gelooide gezicht van de boer, maar nu schijnt daar ook een onnatuurlijke bleekheid doorheen: de voorbode van de facies mortis. De oude Bennink steunt zachtjes, maar schijnt mijn aanwezigheid in het geheel niet meer gewaar te worden. Hij is ver heen, overgeleverd aan de koortsdromen en de pijn in zijn buik die door de tumor sterk is opgezet. Ditmaal kan ik ongestoord zijn nachthemd openknopen, de instrumenten een voor een uit mijn tas pakken en routineus de nodige metingen verrichten – de temperatuur opnemen, bloeddruk bepalen, hartslag en longen beluisteren. Zelfs het koude ontsmettingsmiddel op zijn huid en de morfine-injectie gaan onopgemerkt aan de oude Bennink voorbij.

»»
Pachtland – 1.4. Roggeveen
  • Groeiroman
dec10

Pachtland – 1.4. Roggeveen

door Bram Esser

De middagzon hangt als een gebakken ei met gebroken dooier in de melkachtige hemel. Ik laat mij per paard en wagen vervoeren naar Finsterveen. Paard en wagen! Toch het eerste bewijs dat hier hervorming vereist is. Bij Terminus Noord houdt niet alleen het spoor maar ook de beschaving op en begint het ‘bare veld’, zoals ze dat hier noemen, het is inderdaad bar en boos. Infrastructuur bestaat hier uit een overgeërfde modderpoel van boerenweggetjes en paadjes. Over de velden hangt een mysterieuze witte damp, die uit de grond omhoog lijkt te komen. Ik maak aantekeningen in mijn notitieboek, berekeningen, en slechts af en toe dwaalt de blik naar buiten om daar niets te zien. Schimmen van bomen in de mist. Er doemt een toekomstvisioen op; het is de damp afkomstig uit de strokartonfabriek die ik geplant heb.

»»
Pachtland – 2.1. Levi
  • Groeiroman
dec16

Pachtland – 2.1. Levi

door Piet Devos

De verchroomde behandeltafel staat leeg te glanzen in het namiddaglicht dat in kleine vlekjes door de vitrages valt. Voor dit tijdstip op een zaterdag is het opmerkelijk rustig. Het lijkt wel een doordeweekse dag; dan komt er - op enkele huisvrouwen met kinderen en bejaarden na - ook niemand op het spreekuur, omdat iedereen naar de akkers moet of naar de suikerfabriek een paar dorpen verderop. Al scheurt de hoest de longen uit hun lijf of piepen hun gewrichten van de kou en het vocht, vóór zaterdag zul je ze hier nooit zien verschijnen. Maar die dag kan het hier dan plots in een ware heksenketel veranderen; zeker als ik tussendoor ook nog meermaals word weggeroepen. Gelukkig is Lidia in staat de meeste basale behandelingen in haar eentje uit te voeren, zodat ik het zaakje met een gerust hart aan haar kan overlaten. Ongetwijfeld is het merendeel van de patiënten maar wat blij, als zij het tijdelijk van me overneemt! Lidia heeft die zachte hand, zowel letterlijk als figuurlijk, die ik naar men zegt zo node mis.

»»
Pachtland – 2.2. Roggeveen
  • Groeiroman
dec25

Pachtland – 2.2. Roggeveen

door Bram Esser

Langzaam druppelen de mensen binnen. Schuchter zo lijkt het. Ik forceer een glimlach en heet de mensen welkom om hen gerust te stellen. De nacht heeft zijn tol geëist, en het voelt alsof de mist uit de vochtige moerasbodem mijn schedel is binnengedrongen. Er was een stem geweest – ongetwijfeld mijn eigen stem – die voortdurend door de kamers van mijn hoofd joeg en sporen van spinrag heeft achtergelaten. ‘Laat de nachtbloem niet verwelken’, had de stem gezegd. De burgemeester komt binnen; ik geef hem een hand. Ik hoor mezelf informeren naar de gezondheid van zijn vrouw. De burgemeester heb ik al eens gesproken, tijdens zijn bezoek aan het ministerie. Hij heeft een voorliefde voor het dragen van bruine pakken. Ook in de zomer gaat hij gehuld in wol, alleen draagt hij dan een bloem in zijn knoopsgat. Het was voorzichtig manoeuvreren met de burgemeester; geen man die met simpele vooruitzichten gerustgesteld kon worden. Mogelijkheden om vooruit te komen binnen het nieuwe structuurplan leken hem minder te boeien dan de toekomst van zijn dorpelingen. Een echte burgervader, zo op het eerste gezicht. We hebben hem overtuigd van het project: de droge, goed geïsoleerde woningen die we gaan bouwen, de fabriek, de nieuwe landbouwgronden. ‘Al met al zullen uw dorpelingen een hogere kwaliteit van leven krijgen’, heb ik hem voorgespiegeld. We zijn een referendum overeengekomen.

»»
Pachtland – 2.3. Hebe
  • Groeiroman
jan02

Pachtland – 2.3. Hebe

door Konstantin Mierau

Met elke stoot worden de splinters van de met olie besmeurde werkbank dieper in de pezige kuiten van Grevinghs dochter gedreven. De olie prikt in de wonden; de vrouw jammert zachtjes. Ze steunt met een hand tegen de wand met de steeksleutels, om niet weer haar hoofd tegen de uitstekende haken te stoten. Het zal niet lang meer duren. Ze wist dat dit zou gebeuren toen ze met een fles bier richting de werkplaats kwam, vreemd mens. Ik heb de carburateur behoedzaam opzij gelegd, daarna heb ik haar gegrepen. Ze zal vanavond niet naar de bijeenkomst in de kroeg kunnen lopen. ‘Bedankt voor het bier, en nu naar binnen, vrouw, of moet je nog wat? Ik ga morgen de grens over, en die motor moet op tijd af. Ik moet straks posten bij de kroeg. De ingenieur gaat spreken. Ach, daar snap je toch niets van. Hier, anders poets je nog even m’n laarzen; die kleren van je kun je later ook nog weer maken.’

»»
Pachtland – 2.4. Bennink
  • Groeiroman
jan06

Pachtland – 2.4. Bennink

door Martijn Boven

Als de ingenieur is uitgesproken, maken de gelaarsde uniformen zich los van de deurpost waar ze al de hele avond aan vastgekleefd zitten, de een binnen, de ander buiten. Ze hebben hun instructies. Zou Grevingh het nu al op een akkoordje gegooid hebben met de ingenieur? Of zijn ze hier slechts als verkenners? De ingenieur heeft ondertussen voedsel laten aanrukken. Hij denkt kennelijk dat de kwestie hiermee is afgedaan. Is het minachting? Of toch naïviteit? De moerassen van zijn verwende geest zijn zo diep dat er na jaren van inpoldering nog steeds geen droog land is verkregen. ‘Meneer Roggeveen,’ begint dominee Thaden al te murmureren, ‘u vergeet klaarblijkelijk dat u hier niet het Woord Gods predikt waarop geen enkel mens een weerwoord heeft.’ De ingenieur herstelt zich direct. ‘U vergist zich, beste man. Er is zo dadelijk ruim gelegenheid tot vragen. Gezien het tijdstip leek het me raadzaam eerst de innerlijke mens te versterken.’

»»
Pachtland – 3.1. Hebe
  • Groeiroman
jan13

Pachtland – 3.1. Hebe

door Konstantin Mierau

Zondagochtend in de schemering, dan gaan ze op huis aan: de stropers en de smokkelaars, de voortvluchtigen, de overspeligen en de bastaarden. Gebukt jagen ze over het veld, rap, de baard op de schouders, de nerveuze sprongen van een konijn, elkaars blikken ontwijkend richting huis, de achterdeur in, poetsen en snoeien, en even later de voordeur uit. Oprecht, ingepakt en ingehaakt, met bedeesde tred richting dominee. Onder deze steeneik voel ik me goed. Als kind kwam ik hier al. Het is een sterke boom. Die takken kunnen veel meer dragen dan wat bladeren en eikels. Tegen de boomstam geleund verdwijn je in de kronkels van de bast. In de schaduw van de takken is er niemand die je ziet, en de opkomende zon kan hier niet weerkaatsen op het staal van de loop. Daar tuimelt er een, nog niet helemaal zuiver maar het gaat die kant op. Een dronken man is minder berekenbaar dan een hert. Plotsklaps zakt ie ineen, of draait pirouettes, springt over een sloot, haalt het net niet, zakt terug in het slik en de koeienstront. Aangeschoten wild. Bennink zou vast nooit dronken over een veld struikelen. Deed ie het maar. Die doet alles met berekening. Zou die neuken of zou die zich voortplanten? Met de kerkbellen gelijklopend nieuw klapvee voor z’n toespraken spuiten, dat gun je toch geen vrouw, zo’n klokkenmaker.

»»
Pachtland – 3.2. Levi
  • Groeiroman
jan20

Pachtland – 3.2. Levi

door Piet Devos

‘Sam, wat moest die Hebe van je?’ Lidia heeft hem natuurlijk vanuit het keukenraam zien wegfietsen en denkt nu vast dat deze ochtendlijke visite verband houdt met gisteravond. In haar stem klinkt nog steeds een zweem van de verontwaardiging waarmee ze, na thuiskomst, op de agenten heeft gefoeterd. ‘Het scheelde niet veel of ze waren Bennink te lijf gegaan! Is dit nu wat je noemt de openbare orde bewaren?’ Ook Miriam was danig geschrokken van de openlijke confrontatie, omdat ze nog niet goed begrijpt welke belangen hier op het spel staan. Ik probeerde haar uit te leggen dat de politie niet zozeer de ingenieur, als wel onze landheer in bescherming had willen nemen. ‘Dat mag wel zo zijn,’ riposteerde Lidia scherp, ‘maar ondertussen legden ze Bennink wel mooi het zwijgen op, terwijl hij de plannen van die Roggeveen bekritiseerde. Weten wij veel of die kerel niet onder één hoedje speelt met Grevingh.’ Daar had ze wel een punt, al zag ik niet meteen in welk voordeel er voor de landheer uit die inpoldering te halen viel. Maar je wist het inderdaad nooit met die sluwe vos.

»»
Pachtland – 3.3. Roggeveen
  • Groeiroman
jan27

Pachtland – 3.3. Roggeveen

door Bram Esser

‘Meneer de burgemeester,’ zeg ik na bedachtzaam op een door zijn vrouw klaargemaakte sperzieboon te hebben gekauwd en deze te hebben doorgeslikt, ‘laten we eens de opties voor een referendum op tafel leggen.’ De sperzieboon smaakte goed, sappig en fris. Het is geruststellend om te weten dat er ook andere dingen dan mist uit de bodem van deze streek kunnen komen.’ Het is van belang dat mijn ambtenaren voor het einde van de maand de bouwfases nog op de kalender kunnen zetten. Nico is vanmorgen reeds vertrokken met een vrachtwagen van het ministerie die hem vanuit Delfzijl op weg naar het westen heeft opgepikt. Nico leek blij te zijn dat hij weg kon.

»»
Pachtland – 3.4. Bennink
  • Groeiroman
feb03

Pachtland – 3.4. Bennink

door Martijn Boven

In het aanzwellende geroezemoes dat het onverwarmde klaslokaal met bleke woorddampen vult — het resultaat van de ademtocht van zeventien jeugdige stoomturbines — ontwaar ik opeens een gerucht, een vermoeden of wat het ook is. Iets over Miriam Levi en Sicco Reinders. Ik bespeur schichtige blikken en heimelijke verstandhoudingen; maar uit geen van de geluiden die mijn oor binnensijpelen, is af te leiden wat er precies gaande is. Grevinghs vrouw was een Reinders. Tussen de beide families bestaan nauwe banden. Ik sta op en loop in de richting van mijn kantoortje achter in de klas. Van hieruit ontrafel ik de ingewikkelde vertakkingen van Grevinghs bedrog steeds verder. Het is het zenuwcentrum van mijn onderzoek. Ooit moet hier een keuken gezeten hebben, want over de hele breedte zitten er nog buizen in de muur. Ruim een jaar geleden heb ik die buizen zelf ontdekt. Sinds ik met een schroevendraaier de troep eruit heb gebikt, verschaffen de buizen me een fijnzinnig instrumentarium. De toestand van mijn jeugdige stoomturbines kan ik er op elk gewenst moment mee beluisteren.

»»
Pachtland – 4.1. Roggeveen
  • Groeiroman
feb10

Pachtland – 4.1. Roggeveen

door Bram Esser

Grevingh, of de Kop zoals ik hem al snel noem, lijkt schijnbaar onbewogen naar mijn verhaal te luisteren. Zijn enorme handen liggen met hun ruggen op zijn bovenbenen. Zo nu en dan spant hij ze aan tot een vuist. Het lijkt een vorm van ademhalen te zijn, in en uit, eerst de ene dan de andere hand. Terwijl de Kop tussen halfgesloten oogleden naar me loert, leiden zijn handen een eigen leven. De man en zijn houten troon, hij lijkt er haast mee samen te vallen. Een massief blok in het midden van de kamer. Was dat opzet? Nergens meubels of schilderijen aan de muur. Niets om het aangenaam te maken. Mijn verhaal, mijn idealisme om het zo maar eens te noemen, lijkt hier stuk te slaan op totale onbeweeglijkheid en desinteresse. Alleen toen ik het had over de begrafenis die ik zag op weg naar de borg, leek er iets te gebeuren, niet dat zijn handen hun ritme lieten verstoren, maar zijn linkerooglid trilde iets. Nu gaan zijn ogen open, hij kijkt me aan. ‘Ik heb geen kinderen,’ zegt de Kop, ‘al mijn kinderen zijn mislukt. Mijn imperium zal samen met mij ten onder gaan. Waarom zal ik u dan uw zin geven meneer de polderprofessor? Waarom zal ik u nou laten dansen op de ruïnes van mijn ondergang?’ Ik meen een cynisch lachje te zien. Een mondhoek die iets omhoog krult.

»»
Pachtland – 4.2. Bennink
  • Groeiroman
feb17

Pachtland – 4.2. Bennink

door Martijn Boven

We hebben pa’s naakte lichaam – dat volgens zijn laatste wensen zonder kleren of andere bezittingen begraven moet worden – nog maar net in de kuil laten zakken, als in de verte een doffe knal klinkt. Met de schoppen nog in de handen kijken we elkaar zwijgend aan. Ikzelf, Brongers, Udema en Levi. Ieder van ons kent het knetterende monster dat elke zoveelste minuut een doffe knal uitbraakt. Ieder van ons weet wat er op handen is. Het veld achter pa’s boerderij is gehuld in een vochtige regendamp. Pa is nog geen twee dagen dood, maar de ontbinding is al ingezet. Het regenwater dat de kuil steeds verder vult, slobbert gulzig aan zijn lichaam. Een geur van rottend water dringt onze neusgaten binnen en benevelt onze hersens zodanig dat we in die dikke klonterige brij geen enkel gevoel, geen enkele gedachte meer aantreffen. We staren nog enkel nog voor ons uit, terwijl de onregelmatige, doffe knallen al sterker aanzwellen en nu ook het geknetter hoorbaar wordt.

»»
Pachtland – 4.3. Hebe
  • Groeiroman
feb24

Pachtland – 4.3. Hebe

door Konstantin Mierau

Regen valt op het dak van het oude koetshuis aan Grevinghs oprijlaan. Achter het huis wordt een schot met een jachtgeweer gelost. De knal rolt over het veld en kaatst terug op een groep bomen verderop. Dit is mijn teken. Hiervoor moest ik uit zicht bij Grevingh in het koetshuis wachten. Ik glip langs de zijkant van het huis en zie een huls uit de het raam van de kamer vliegen. Zonder in het blikveld van de ingenieur te komen kruip ik op mijn knieën onder het raam door en pak de huls op. Hij is warm. Terug in het koetshuis ontrafel ik het papier dat in de huls zit. Het is niet de eerste keer dat Grevingh mij zo een aanwijzing toe laat komen. Bij sommige gasten loopt ie liever niet te koop met zijn schoonzoon. Grevinghs handschrift is helder: 'Ze begraven Bennink op zijn erf – Voorkomen! - Laat ze weten dat pachtheer zijn land opeist.' Op de motor is het een kort stuk van de boerderij van Grevingh naar het lapje grond waar de oude Bennink nog een paar kippen hield. Boeren kon die ouwe allang niet meer, en die zoon van hem, die was of aan het lezen of in het schoolgebouw. Ik draai aan de ontstekingsvervroeger, trap het blok een aantal keren rond, laat de carburateur vollopen en geef een flinke trap op het starthendel. De motor loopt eerst wat onwillig door het vocht maar pruttelt dan best aardig. Ik leg mijn wapenstok in de zijspanbak en rij het erf af. Het waait en de regen klettert op de leren jas en laarzen. De achterband van de motor glijdt in de modderige bochten maar de zijspan houdt de motor rechtop. Wat een roes. Bij het opschakelen knalt de uitlaat dat het een lust is. Door de hobbels van de weg voel ik de tinteling van de naald nog in mijn linkerarm. Binnenin is er nog de warme gloed van de morfine van vanochtend. Troost. Toen ik twaalf was sloeg mijn moeder mij een keer zo hard dat mijn oogkas inscheurde. De pijn van de zwelling trok door mijn hoofd, mijn wang verloor zijn gevoel. Ik schreeuwde het uit. Het was de eerste keer dat ik angst in de ogen van mijn ouders zag. De erbij gehaalde dokter pakte in zijn wanhoop een spuit. En toen was er die rust. Weg de pijn, weg de kramp. Weg de verveling van het werk achter de rooimachine, bedaard de haat van de moeder, onbelangrijk de onverschilligheid van de vader. Een week lang heb ik toen op bed gelegen en hebben ze me met rust gelaten. Vaak zou ik terugdenken aan die kalme gloed. En m’n hoofd, tja, het heeft wel wat als je mensen enkel moet aankijken om ze bang te maken.

»»
Pachtland – 4.4. Levi
  • Groeiroman
mrt02

Pachtland – 4.4. Levi

door Piet Devos

Daar dendert de oude Bennink richting het dorpsplein, zijn hoofd stijfjes heen en weer schokkend net boven de rand van de zijspan uit. Het is misschien maar goed dat zijn zoon nog half buiten kennis op de grond ligt, want dit onterende schouwspel was hem zonder meer te machtig geworden... De hulpagent mag dan tenminste nog het fatsoen hebben gehad om het naakte lichaam ten dele met een soort spatzeil te bedekken, het blijft stuitend dat een mens op die manier - tot een vies ding herleid – van zijn eigen erf wordt weggereden. Weg van de grond waar hij nota bene zijn leven lang op heeft gezwoegd en die hij tot besluit had willen voeden met zijn eigen vlees. Natuurlijk was ik ook niet bijster gecharmeerd van dit hele begrafenisritueel, dat me veel te primitief en onhygiënisch toescheen. 'Maar het is de wens van de oude meneer Bennink en die moet je ook eerbiedigen', had Lidia hiertegen ingebracht. Het moest dan ook maar, gaf ik ten slotte toe, doch dit was buiten de landheer gerekend! Hoe zou Grevingh er überhaupt lucht van hebben gekregen? Nadat we de jonge Bennink met z'n drieën voorzichtig naar binnen hebben gedragen in de boerderij, komt hij al spoedig weer bij zijn positieven. Een teug grog mist zijn gebruikelijke wondereffect niet. Het lijkt alsof de alcohol de vlam van de ontzetting in zijn ogen weer ontsteekt, nadat die klap ze tijdelijk heeft gedoofd. 'We moeten die lijkenpikker achterna! Straks dumpen ze hem nog koudweg in het meer!' Als we opnieuw buitenstaan en we samen naar de kerk lopen, grijp ik hem stevig onder zijn arm. Wil ik hem alleen maar behoeden voor een plots opkomende duizeling, een nawee van de slag? Of wil ik hem bij voorbaat in bedwang proberen te houden, nu de spieren in zijn knokige lijf me bij elke stap gespannener toeschijnen?

»»
Pachtland – 5.1. Roggeveen
  • Groeiroman
mrt09

Pachtland – 5.1. Roggeveen

door Bram Esser

Ik schrijf je om je in vertrouwen te nemen. Zoals je weet, denkt iedereen dat ik met verlof ben aan de Oostzee. Dat is niet zo. Ik ben in Finsterveen. Er kwam een vreemd gevoel van herkenning over me toen ik voor de tweede keer in dit dorp aankwam. Hier ligt misschien wel mijn lotsbestemming. Jij weet als geen ander hoeveel het me waard is om hier een nieuwe samenleving van de grond te krijgen. Een samenleving die gezond is, waar een goede afspiegeling van de bevolking is terug te vinden, waar ruimte is om te ademen en waar het minder vochtig is (Dat vocht gaat in je botten zitten; het is werkelijk een probleem). Wetenschap en menselijkheid! Dat moet op een spandoek, Nico. Misschien kunnen we er iets mee op de komende jaarmarkt dit voorjaar. Een demonstratie met stromend water, bijvoorbeeld. Het zal een goed middel zijn om onze zaak onder de aandacht te brengen. Ik had het me niet gerealiseerd maar het platteland bestaat uit een fijnmazig web van afhankelijkheidsverhoudingen, maar ook onzichtbare draden van haat en nijd. Niets staat hier echt op papier, zoals je zelf reeds hebt ervaren, en dat is voor een buitenstaander moeilijk te bevatten. Iedereen is afhankelijk van elkaar en bewijst elkaar diensten en wederdiensten.

»»
Pachtland – 5.2. Bennink
  • Groeiroman
mrt16

Pachtland – 5.2. Bennink

door Martijn Boven

‘De bewijslast ligt bij u,’ bleef notaris Siccama uit Winschoten maar herhalen. Dat was in 1904, vijf jaren nadat Grevingh zijn hulp had aangeboden. ‘De bewijslast ligt bij u.’ Eerst besefte pa niet wat deze woorden betekenden. Totdat bleek dat geen van de zeven herenboeren – pa en zes anderen – een verkoopakte kon overleggen. De documenten die ze de notaris in bewaring hadden gegeven, waren verloren gegaan in een brand, ontstaan door onbekende oorzaak, al twijfelde pa er later geen moment meer aan dat Grevingh en de notaris daar zelf de hand in hadden gehad. Nog drie straten. Als ik doorloop ben ik nog net op tijd voor mijn afspraak met de ingenieur. Hij schijnt niet te beseffen dat Grevingh zijn land onrechtmatig heeft verkregen; misschien kan het hem niets schelen, misschien kiest hij – net als de notaris – altijd de zijde van de bezitter, ongeacht de rechtmatigheid van diens bezit. Geen van de zeven herenboeren – zes waren toen nog in leven, de zevende werd vertegenwoordigd door zijn weduwe – kon bewijzen dat er in de oorspronkelijke verkoopakte een clausule was opgenomen die Grevingh ertoe verplichtte het land tegen dezelfde prijs terug te verkopen aan de oorspronkelijke eigenaar, enkel vermeerderd met een rentepercentage. Grevingh beweerde zich niets te herinneren van deze voorwaarden. Hij zwaaide enkel met zijn eigen kopie van de koopakte, waarin een dergelijke clausule ontbrak. Had hij de koopakte vanaf het begin af aan zo laten opstellen of was deze pas later vervalst? Pa wist het niet.

»»
Pachtland – 5.3. Hebe
  • Groeiroman
mrt23

Pachtland – 5.3. Hebe

door Konstantin Mierau

‘S’ zegt ze hardop, terwijl haar wijsvinger de lijnen van de lak op de tank volgt. ‘A’, ze spreekt de letters uit als waren het vreemde dingen. Iets van vroeger. ‘R’, ik voel een tinteling. ‘O’, ik kijk hoe haar lippen zich uitstulpen en terugtrekken als een mossel, terwijl ze aandachtig de klanken vormt. Godverdomme, wat is het goed om hier te zijn. ‘L’, ik zie haar tong haar gehemelte kietelen. ‘Hebe, was iss’n das fürn ‘E’ mit so nem Strich druff?’, vraagt ze in dat rare taaltje van haar. Beetje plat, maar niet dat Oost-Fries wat de rest hier spreekt. Hamburg, heeft ze een keer verteld. ‘Hebe, hörst de mir zu?’ Ze grijpt mijn riem. ‘Saroléa,’ zeg ik ‘de motor is Belgisch, of Frans, weet ik veel, maar mooi hé, schön, die gouden letters.’ Ik raak haar vinger aan, blank, gebleekt van het zoute water tijdens het visgraten verwijderen en het garnalenpellen. Zo anders dan haar bruine gezicht. Ik veeg het haar uit haar ogen en laat een oliesmeer achter. Mijn sporen. Kom, Mädchen, ik heb niet veel tijd, keine Zeit, ik heb wat zijde voor je, ‘Esquire Exquisite Damenstrümpfe’. ‘Voor jou. Garnalenprinsesje. Mosselkoningin.’ Ik ga op mijn knieën en snuif haar geur. Ik schuif haar jurk omhoog. Degelijk katoen en wit vlees. ‘A’ zegt ze en volgt de laatste letter op de tank, terwijl ze met haar andere hand mijn hoofd tussen haar dijen duwt.

»»
Pachtland – 5.4. Levi
  • Groeiroman
mrt30

Pachtland – 5.4. Levi

door Piet Devos

In herinneringen lijkt vaak een kompas te schuilen: ongemerkt leiden ze je terug naar de plek waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden die je bezig houdt. Pas hier, op het pad rondom het meer, is het tot me doorgedrongen dat Bruinsma en ik ook uren langs deze oever hebben gelopen, die decemberdag in 1925, toen hij me inwijdde in de geheimenissen van het artsenbestaan op het platteland. Het was toen een stuk kouder dan vandaag, want terwijl de oude man geduldig op me inpraatte, opdat ik mijn boekenwijsheid maar zo gauw mogelijk zou vergeten, bleef zijn adem in wolkjes uit zijn mond opkringelen. Over het met ijs bedekte water gebaarde hij met zijn benige handen in de richting van het dorp of wees hij me de boerderijen aan, waarvan hij de bewoners allen bij naam en toenaam scheen te kennen, en meestal ook nog hun medische geschiedenis tot meerdere generaties terug. Toen hij mijn verbazing hierover bemerkte, verontschuldigde hij zich haast: 'Wat wil je, beste jongen, ik ben in Finsterveen geboren en ben er maar een paar jaar weg geweest om de artsenij te leren.' De vriendschap met vader moet ook van die studietijd in Groningen dateren. Later, toen wij er al waren, zochten ze elkaar nog slechts zelden op – hooguit een keertje per jaar -, maar vader zat 's avonds wel regelmatig bij het licht van de walmende olielamp hele epistels aan zijn 'oude, trouwe spitsbroeder' te schrijven. Om de paar zinnen nam hij dan het knijpbrilletje van zijn neus om de nog brandschone glazen bedachtzaam op te poetsen. Ik was best jaloers op degene die zulke lange brieven van vader kreeg. Als wij hem om raad vroegen, had hij altijd wel een wijs citaat of een geestige parabel klaar, maar ging bijna nooit rechtstreeks in op onze problemen. Zo ook niet toen ik, ietwat beverig, met de mededeling kwam dat ik erover dacht van de Talmoedschool af te gaan om medicijnen te studeren. Hij legde alleen even zijn pen neer, wreef zijn bril schoon en zei: 'Als je bezig bent een boom te planten, wanneer men je komt vertellen dat de Messias in aantocht is, plant dan eerst die boom en ga hem daarna tegemoet om hem te ontvangen.'

»»
Pachtland – 6.1 Hebe
  • Groeiroman
apr15

Pachtland – 6.1 Hebe

door Konstantin Mierau

Jongens van buiten het dorp stampen met hun blote voeten in het meer. Jeugd van de kermis, overal thuis, nooit verlegen. Het water is nog koud maar de lente zit in de lucht en in de middagzon is het best warm. Kooyker kijkt verlekkerd. Tussen het spruit zit vast een visje dat hij ook wel eens wil bakken. Een glanzend bruin jongetje begint modder te gooien. Eerst naar zijn makkers in het water, dan naar de toeschouwers. De plaatselijke meiden aan de kant gillen het uit. Miriam is er ook bij. Ze houdt zich in, maar haar ogen fonkelen. Het werd tijd voor een feest. Verdomme. Die Kooyker moet je ook altijd bij het handje nemen. Nog een jaartje tot het pensioen. Tijd uitzitten en mij het werk laten doen. ‘Baas! Hier is niets aan de hand. We moeten verder. De kermislui moeten nog aftikken voor hun vergunningen, en ik wil eens even zien wie d’r nu weer bij is. Die jongens van hen moeten het niet in hun hoofd halen hier iets uit te spoken. Dat geeft kleurverschil over negen maanden. Voor je het weet, maakt een van die stakkers hier z’n dochter af omdat ie geen zin heeft in een kermiskindje.’

»»
Pachtland – 6.2. Roggeveen
  • Groeiroman
apr22

Pachtland – 6.2. Roggeveen

door Bram Esser

Op tafel, naast mijn aantekeningen, staat een kruikje met Schnaps. Uit Cuxhaven, zoals de herbergier mij samenzweerderig toevertrouwde. Waarom dat bijzonder is, weet ik niet. Het goedje werd ook geserveerd op mijn eerste presentatiemiddag nu alweer twee maanden geleden. In twee maanden is er weinig gebeurd, dingen hebben hier blijkbaar tijd nodig. De drank brandt aangenaam op mijn tong en verbindt mijn hoofd met mijn maagstreek als een roodgloeiende draad. Verdoving. Eigenlijk zou ik hier niet alleen moeten drinken; iedereen is zich juist buiten aan het vermaken op de jaarmarkt. Ik zag dat er zelfs wat mensen van buiten naar Finsterveen zijn gekomen. Het zou leuk zijn om als gids op te treden en hen een rondleiding te geven. De toeristen bewegen zich voort in groepjes en je kunt ze allemaal herkennen aan hun jas en stevige schoeisel. Wandelkleren. De stedeling gelooft nog in de boerenidylle. Zij vinden het pittoresk om met een koets door het land te rijden. ‘Het spul van buiten,’ zo noemde een van de dronken veenbewoners een groepje dames die met identieke witte hoeden langs de kraampjes met ingemaakte paddenstoelen en bietencompote liepen. Ik wilde er bijna iets van zeggen, maar ik ben hier niet als sociaal werker naartoe gekomen. Eerst komt de infrastructuur, daarna de moraal. Daarom drink ik voorlopig op mijn kamer. Nog eentje dan, om de rode draad tussen mijn maag en mijn hoofd niet te verbreken. Het is net alsof ik beter ruik, er zijn andere geuren dan alleen de vochtige wanden van mijn kamer en het muffe tapijt. Door het open raam waait zelfs iets van lavendel...Ach nu weet ik het, dat is natuurlijk de geur van zeepsop. De demonstratie van Reinders was een groot succes. Wat heet. Hun tent met de email badkuip was populairder dan de leeuwenkooi van het circus. Vanochtend waren ze met een vrachtwagentje gekomen en hadden alles razendsnel in gereedheid gebracht in een hagelwitte tent.

»»
Pachtland – 6.3. Levi
  • Groeiroman
mei04

Pachtland – 6.3. Levi

door Piet Devos

'Komt prima in orde, meneer Levi! Wanneer u over twee weken naar de stad komt, staat dit paar prachtige kalfsleren molières precies op maat voor u klaar. U hoeft ze alleen maar te komen ophalen!’ Het vergenoegde gezicht van de schoenmaker glimt zowaar nog meer dan de verchroomde schoenlepel waar hij druk mee gesticuleert; de klanten overschouwend die elkaar in zijn krappe reisatelier verdringen, weet hij dat er nog meer zaken te doen zullen zijn eer de avond valt. Ik voel me toch ietwat opgelaten, zo wiebelig op één schoen en een kousenvoet, te midden van wie anders mijn clientèle is. Maar gelukkig voltooit zijn leerling met een laatste hamerslag het opkalefaterwerk aan mijn afgetrapte zool. ‘Zo, dit kan wel weer even, maar over niet al te lange tijd staat u opnieuw op straat’, waarschuwt de onheilsprofeet, terwijl hij me het opgelapte ding aanreikt. ‘Dat nieuwe paar zult u gauw genoeg nodig hebben!’

»»
Pachtland – 7.1. Levi
  • Groeiroman
mei18

Pachtland – 7.1. Levi

door Piet Devos

Laat ik maar via de Schildersbuurt terug naar de Vismarkt lopen. Jacob zou er immers toch niet voor zessen zijn, en dan zie ik nog even hoe het inmiddels met ons oude huis gesteld is. ‘Vader hechtte altijd zoveel waarde aan zijn vak. Arts zijn beschouwde hij als een eer. Maar toen hij op het laatst uit Finsterveen werd weggestuurd, was het een gebroken man.’ De conclusie van mevrouw Bruinsma galmt nog steeds na in mijn hoofd, misschien ook omdat zij ze almaar bleef herhalen, ‘een gebroken man...’, terwijl ze het lege kopje op het schoteltje voor zich traag om en om draaide. De dochter van Bruinsma kon hoogstens vijfenvijftig zijn, maar desondanks sprak er al iets gezapigs, bejaards haast, uit haar manier van doen. Een gevolg van haar ongetrouwde status? Starend naar het aftandse biedermeierservies en het klavertjespatroon in het tafelkleed hoopte ze daar kennelijk de antwoorden te ontdekken op de vragen die ik haar kwam voorleggen. Het waren evenwel merkbaar vragen waarmee ze zichzelf al honderden malen eerder had gekweld; wat ik had gedaan, was niet meer dan een slecht geheelde wond opnieuw openrijten. ‘Hij had het idee schromelijk te zijn tekortgeschoten. Het enige wat hij erover kwijt wilde, was dat ze mevrouw Grevingh op het laatst nog in die beroemde kliniek voor zenuwlijders in Oegstgeest hadden opgenomen, maar het had niet meer mogen baten.’ Of ze ook in Oegstgeest was gestorven, wist mevrouw Bruinsma niet zeker. Maar als ik de directeur-geneesheer van die inrichting aanschrijf, kom ik daar wel achter. ‘Vader werd opgevreten door schuldgevoelens, dat zag je gewoon. Een gebroken man...’

»»
Pachtland – 6.4. Bennink
  • Groeiroman
mei11

Pachtland – 6.4. Bennink

door Martijn Boven

De Hoofdstraat is verworden tot een bruisende symfonie van lichamen waarin het stotende ritme van stribbelende dierenlijven zich paart aan de onregelmatige dreun van de veilinghamer. ‘Hoor ik zeventien? Die meneer met de bolhoed misschien? Niet? Eenmaal, andermaal, verkocht!’ Onderwijl zwelt het gejengel van het dreinend grut telkens aan om even later weer weg te zinken in zachte snikgeluiden, gedempt door roze suikerspinnen en warme oliekoeken. ‘Mama, ik wil een ijsco.’ ‘Niet nu, we gaan zo naar huis.’ ‘Neeeeh, ik wil een ij-ijsco.’ Tussen dit alles door klinkt de kwetterende sirenenzang van reikhalzende jonge vrouwen, wier lichtend gezicht gaten scheurt in de grauwe sluier van opstuivend stof. ‘Heb je gezien wat Dina bij die zigeuners heeft gekocht?’ ‘Nee, wat dan?’ ‘Een minuscuul zijden onderbroekje waar je zo doorheen kunt kijken.’ Mijn zinnen worden overspoeld met indrukken waarvan het lichaam verslag doet in afwisselende vlagen van levenslust en weerzin, hartstocht en weemoed. Ik nader het punt waar de Hoofdstraat aan beide zijden door huizen wordt geflankeerd. Lijven worden stijf tegen elkaar aan gedrukt. Het gedrang wordt zo hevig dat een kinderwagen door zijn wielen zakt. Het bonkige vrouwmens dat het gevaarte voortduwde, staat er zachtjes bij te jammeren. Een blauwe overall buigt zich naar voren en strekt zijn armen uit naar de zuigeling. ‘Hè,’ roept hij lachend, ‘er liggen alleen vier zakken aardappels in.’

»»

Verspreid kortproza

Volg ons

Subscribe via RSS Subscribe via Email Subscribe via Twitter Subscribe via Facebook

Auteurs

  • Bram Esser RSS feed (12)
  • Gilles Debris RSS feed (2)
  • Konstantin Mierau RSS feed (6)
  • Kostja M. RSS feed (15)
  • Martijn Boven RSS feed (8)
  • Petrus Spasmati RSS feed (2)
  • Piet Devos RSS feed (10)
  • Redactie RSS feed (3)

Recente berichten

  • Over de groeiroman
  • Pachtland – 1.1. Hebe
  • Pachtland – 1.2. Bennink
  • Pachtland – 1.3. Levi
  • Pachtland – 1.4. Roggeveen

Archief

  • mei 2012 (4)
  • april 2012 (3)
  • maart 2012 (5)
  • februari 2012 (6)
  • januari 2012 (8)
  • december 2011 (12)
  • november 2011 (12)
  • oktober 2011 (8)

Categorieën

  • Brieven (1)
  • Groeiroman (26)
  • Heupschot (15)
  • Ik ben diegene die u zoekt (3)
  • Kort Verhaal (9)
  • Proza brokje (2)
  • Toelichting (1)
  • Uncategorized (1)

Blogroll

  • De Contrabas
  • De Reactor
  • Hof/Haan
  • JJ Polet
  • Meander
  • nY

Designed by Elegant Themes | Powered by Wordpress