Pachtland – 2.2. Roggeveen
Inhoudsopgave: Toelichting | 1.1. | 1.2. | 1.3. | 1.4. | 2.1. | 2.2. | 2.3. | 2.4. | 3.1. | 3.2.| 3.3. | 3.4. | 4.1. | 4.2. | 4.3. | 4.4. | 5.1. | 5.2. | 5.3. | 5.4. | 6.1. | 6.2. | 6.3. | 6.4. | 7.1. |
Roggeveen
← 2.1. (vorige hoofdstuk)
Langzaam druppelen de mensen binnen. Schuchter zo lijkt het. Ik forceer een glimlach en heet de mensen welkom om hen gerust te stellen. De nacht heeft zijn tol geëist, en het voelt alsof de mist uit de vochtige moerasbodem mijn schedel is binnengedrongen. Er was een stem geweest – ongetwijfeld mijn eigen stem – die voortdurend door de kamers van mijn hoofd joeg en sporen van spinrag heeft achtergelaten. ‘Laat de nachtbloem niet verwelken’, had de stem gezegd.
De burgemeester komt binnen; ik geef hem een hand. Ik hoor mezelf informeren naar de gezondheid van zijn vrouw. De burgemeester heb ik al eens gesproken, tijdens zijn bezoek aan het ministerie. Hij heeft een voorliefde voor het dragen van bruine pakken. Ook in de zomer gaat hij gehuld in wol, alleen draagt hij dan een bloem in zijn knoopsgat. Het was voorzichtig manoeuvreren met de burgemeester; geen man die met simpele vooruitzichten gerustgesteld kon worden. Mogelijkheden om vooruit te komen binnen het nieuwe structuurplan leken hem minder te boeien dan de toekomst van zijn dorpelingen. Een echte burgervader, zo op het eerste gezicht. We hebben hem overtuigd van het project: de droge, goed geïsoleerde woningen die we gaan bouwen, de fabriek, de nieuwe landbouwgronden. ‘Al met al zullen uw dorpelingen een hogere kwaliteit van leven krijgen’, heb ik hem voorgespiegeld. We zijn een referendum overeengekomen.
‘Als de mensen het willen ga ik akkoord’, had de burgemeester gezegd. Daarom zijn we hier, de eerste voorlichtingsavond als opmaat van het referendum. Nico staat klaar bij het statief, netjes aangekleed, het dunne haar met wat likjes Bryl Cream naar achteren gekamd. Nico had ook slecht geslapen, vanwege de volle maan, naar eigen zeggen. Hij heeft vandaag de hele dag in de keuken gestaan om groentepasteitjes en vegetarische schotels te maken die na de voordracht geserveerd zullen worden. Het kostte overigens nog wel enige overredingskracht om de waardin te overtuigen dat we de keuken echt nodig hadden. Ze laat doorgaans niemand in haar domein toe, maar we hadden extra veel kisten met groenten en kruiden laten bezorgen en alles wat overbleef, zou voor haar zijn.
Achter in de zaal zie ik die vreemde meneer Bennink van gisteren zitten. Hij heeft het schrijfboekje al in de aanslag. Als laatste stapt er een oudere man binnen met een grote snor en een brede lederen riem; dat is ongetwijfeld de politiebaas.
‘Dames en heren,’ begin ik, ‘hartelijk welkom. Ik ben ingenieur Roggeveen en dit is mijn assistent: de heer Cuyp. Hij zal mij vandaag helpen met het omslaan van de opgestijfde katoenen doeken waarop we een toekomstvisioen voor dit gebied hebben geschilderd. Gisteren ontmoette ik iemand in de koets die het had over inpoldering. En mij is zelfs de bijnaam polderprofessor ter ore gekomen. Maakt u zich geen zorgen, ik vind dat een heel aardige alliteratie. Toch berust dit alles op een misverstand want het gaat namelijk helemaal niet om inpoldering, nee dames en heren waar we het vanavond over hebben, is werkelijke vooruitgang! Nico, het volgende doek graag!’
Nico pakt met beide handen de onderzijde van het titeldoek waarop in gotische letters geschilderd staat: Visioen Voor Finsterveen. Nico probeert het doek in een beweging naar achteren te slaan. Dit lukt niet goed, er komt een vouw in. Na enig geworstel verschijnt dan toch het tweede doek. Hierop staat in prachtige kleuren het uitgestrekte landbouwgebied geschilderd, in vogelperspectief. Op drie centrale punten staan hoge torenflats te blinken. Twee rode lijnen markeren de brede snelwegen die als een x- en een y-as het gebied moeten ontsluiten, samen met een fijner netwerk van uitvalswegen.
‘Hier zien we de eerste fase van het project’, leg ik uit. ‘Er zal een hoop veranderen, dat is zeker; maar het belangrijkste waar het hier om gaat, dat hebben jullie al: lucht en ruimte. De wet van de remmende voorsprong heeft het noorden in de frontlinies van de toekomst gemanoeuvreerd. Neem van mij aan: niets hebben is een voordeel! Geen infrastructuur, geen grote industrie, geen kronkelige wegen, maar eindeloze leegte en akkerland; dat zijn de grote krachten van dit gebied. De steden zijn mislukt. We hebben geprobeerd daar de vooruitgang te bewerkstelligen, maar die is vastgelopen in congestie, onhygiënische toestanden en een verdorven moraal.’
‘De stad heeft niets meer met het idee van moderniteit te maken. Daarom kunnen we beter opnieuw beginnen. Niet door hier een nieuwe stad te gaan bouwen, maar door hier agrarische verstedelijking toe te passen. De waardin vroeg mij gisteravond of er landbouwgrond verloren zou gaan. Ik moest daar een beetje om lachen: het bewijst hoeveel misverstanden er bestaan rondom dit project. Het is mijn missie de komende tijd, al die misverstanden uit de wereld te helpen. Zal er dus landbouwgrond verdwijnen? Welnee, dit is geen verstedelijkingsproject maar een landbouwproject. Volgende doek, Nico.’
Dit keer gaat het goed. Nico is op een krukje gaan staan. Met een geconcentreerde zwaai tovert hij het nieuwe landschap tevoorschijn. Het is bijna een voorstelling, een toverlantaarn die de mensen in vervoering brengt.
‘We leven in een tijdperk van grote veranderingen. Denk aan de automobiel en de telefoon; dat zijn verworvenheden die een hoge vlucht gaan nemen . Ze zullen de steden overbodig maken. Afstand bestaat niet meer, alles is dichtbij. Het platteland kan nu net zo goed uitgroeien tot een welvarend gebied. Dat is ook mijn boodschap aan jullie. Er zal in essentie niet veel veranderen: dit zal geen stad worden maar een beter platteland! Het plan is om de Finsterveense Plassen droog te leggen. Dat levert ruim 1.000 hectares aan nieuwe grond op. Dit komt ten goede aan de hele gemeenschap. Elk gezin kan rekenen op een hele hectare, of meer. Vanaf vandaag komen welvaart en voorspoed iedereen toe.’
Ik laat een stilte vallen om te zien welke indruk mijn woorden maken. Sommige mensen kijken met open mond naar het podium en het schilderij waar Nico als een suppoost naast staat. Nico slaat het laatste doek om en daar verschijnt een schilderij van truffels en eekhoorntjesbrood.
‘Dames en heren, nu is het tijd om te ontspannen. De heer Cuyp zal zo meteen overheerlijke groentehapjes serveren die hij heeft klaargemaakt volgens een speciaal recept dat ik heb ontwikkeld voor de positieve mens. En, ik heb begrepen dat ook onze bestelling van Schnaps uit Duitsland is gearriveerd! Want geef nou toe, we hebben allemaal iets te vieren.’