Pachtland – 3.4. Bennink

Inhoudsopgave: Toelichting | 1.1. | 1.2. | 1.3. | 1.4. | 2.1. | 2.2. | 2.3. | 2.4. | 3.1. | 3.2.| 3.3. | 3.4. | 4.1. | 4.2. | 4.3. | 4.4. | 5.1. | 5.2. | 5.3. | 5.4. | 6.1. | 6.2. | 6.3. | 6.4. | 7.1. |

 

Bennink

← 3.3.(vorige hoofdstuk)

In het aanzwellende geroezemoes dat het onverwarmde klaslokaal met bleke woorddampen vult — het resultaat van de ademtocht van zeventien jeugdige stoomturbines — ontwaar ik opeens een gerucht, een vermoeden of wat het ook is. Iets over Miriam Levi en Sicco Reinders. Ik bespeur schichtige blikken en heimelijke verstandhoudingen; maar uit geen van de geluiden die mijn oor binnensijpelen, is af te leiden wat er precies gaande is.
Grevinghs vrouw was een Reinders, ook al was kolonel Reinders – haar vader, Sicco’s oudoom – niet enthousiast over de echtverbintenis.
Ik sta op en loop in de richting van mijn kantoortje achter in de klas. Van hieruit ontrafel ik de ingewikkelde vertakkingen van Grevinghs bedrog steeds verder. Het is het zenuwcentrum van mijn onderzoek. Ooit moet hier een keuken gezeten hebben, want over de hele breedte zitten er nog buizen in de muur. Ruim een jaar geleden heb ik die buizen zelf ontdekt. Sinds ik met een schroevendraaier de troep eruit heb gebikt, verschaffen de buizen me een fijnzinnig instrumentarium. De toestand van mijn jeugdige stoomturbines kan ik er op elk gewenst moment mee beluisteren.
Ik loop door het kantoortje naar de achterste buis. Daarachter zit Sicco Reinders met twee van zijn kornuiten.. Ik leg mijn oor tegen de buis en probeer alle omgevingsgeluiden uit te filteren. …Ik geloof je niet, Sicco… Ik zal het bewijzen…mijn vader heeft het ook gedaan, vroeger… Geen woord over Miriam. Was het dus toch een vals gerucht? Dat zal snel genoeg blijken. …je durft niet…wel waar…Sicco is een labbekak…Elk vals gerucht wordt hier in de kiem gesmoord, terwijl ieder feit wordt uitgelicht. Historische kennis bestaat slechts bij de gratie van bronnen. Bronnen vind je overal, als je er maar oor voor hebt. En er is geen rijkere bron dan de schoolgaande jeugd. Hen ontgaat maar weinig, terwijl ze tegelijkertijd onzichtbaar zijn. Geen van de heimelijke gesprekken verstomt als zij naderen. Geen enkele roddel wordt weggeslikt in hun bijzijn. Ze horen alles, dat is mij onderhand meer dan duidelijk geworden.
Ik verplaats mijn oor naar de meest rechtse buis. Daar zitten Yda en Miriam. De enige twee uit Finsterveen. …Clusius in Leiden… is dat Miriam? …Augustus… Ja, dat moet haar wel zijn. …een tulpenbol van zesduizend gulden… Ik wist dat mijn verhaal over de tulpenmanie tot haar verbeelding zou spreken. Zij en Yda zijn mijn ware informanten. Aan hen dank ik vele van de honderden bladzijden die mijn dossier onderhand beslaat. Soms moet ik mijn oor afwenden om niet per ongeluk deelgenoot te worden van de geheimenissen van hun kleine puberhart. Om dat soort kennis is het me niet te doen, ook al komt het soms van pas.
Er klinkt gejoel. Tafels verschuiven. …Sicco! Sicco! Sicco!… De jongens zijn weer bezig. Dat vereist ingrijpen. Net nu het interessant wordt. …krijgt hij er geld voor? …nee, hij doet het voor niets, ik begrijp ook niet waarom… Ja, zie je. Het gaat over haar vader. …het is al de zevende keer in de afgelopen drie maanden…soms ligt hun halve been aan flarden…vader zegt dat het stropers zijn… Stropers? Interessant. Daar zit meer achter. Wat heeft Levi daarmee te maken? …kunnen ze nog wel lopen dan?… Nauwelijks. Maar ja, de meeste zijn toch stomdronken. Pijn voelen ze niet ze hebben maar half in de gaten wat er gebeurt… Dronken? Dat zijn geen stropers. Dat zijn gewoon lui uit de kroeg. …die diender brengt ze, die griezel die altijd zo raar zit te loeren… Net wat ik dacht, het is de schoonzoon. Hij knalt ze gewoon af. Onder het mom van stroperij.
Ik zie langzaamaan de contouren ontstaan van een boek. Een aanklacht. Een pamflet. Een roman. Alles ineen. Ik heb al een voorlopige titel. Het bedrog van Grevingh. Wie weet wat daaruit groeit. Maar dat is van latere zorg. Nu eerst opletten. …wat doet je vader dan met ze? …hij maakt plaatjes van de wond met zo’n fotoapparaat dat je uit elkaar kunt trekken… Foto’s? Maar waarom? Bewijsmateriaal? In dat geval heb ik Levi verkeerd beoordeeld. …soms moet ik vader helpen, soms… hé, niet doen… Opeens dringt er gegiechel mijn oor binnen. …Sicco, wat… De hel breekt nu los in het klaslokaal. De buis versterkt de luchttrillingen, zodat ik mijn oor snel moet terugtrekken. Ik wrijf over mijn oor, spring op, ren naar de deur, storm de klas binnen.
‘Wat is hier gaande!’
Sicco zit geknield op Miriams lessenaar. Haar vlecht ligt in zijn hand. Zijn lippen drukken op de huid van haar nek. De andere jongens staan er joelend om heen. Ik vlieg naar voren, grijp Sicco vast, probeer hem weg te sleuren, maar hij klampt zich stevig vast. De zuiger van zijn lippenmechaniek verkleeft onverminderd met haar huid.
‘Dit zal je bezuren, Sicco. Loslaten. Nu!’
Ik grijp Sicco’s haardos. Enkele harde rukken volstaan. Ik sleep hem achter me aan, de klas uit, de gang over, de trap af. Bij het closet sta ik stil. Ik werp mijn schouder tegen de deur. Duw het jong de nauwe ruimte binnen. Verschuif mijn hand van de haardos naar de nek. Ik zet mijn knie in zijn rug en druk hem met de strot tegen de houten rand. Hij rochelt. Het hoofd verdwijnt in het ronde gat. Het rochelen echoot terug. Zijn spieren trekken zich samen. Zijn lichaam begint heftig te schokken. Ik hoor zijn schoenen als een losgeslagen drijfstang op de plavuizen slaan. Opeens voel ik een warme vloeistof langs mijn onderbeen lopen. Ik laat hem los.

(volgende hoofdstuk) 4.1. →

Martijn Boven