Nr. 73
Sleutelheupschot, of: de broodschrijver schuift onwillig aan bij de redactievergadering en verlaat de zaal met een gevulde tas.
Betreft:
Notulen overleg 37b t.a.v. plannen voor de toekomst van het literatuurplatform ‘Schampschot’
Aanwezig:
voorzitter 1, voorzitter 2, voorzitter 3, broodschrijver [notulist van dienst].
Voorzitter 1: Dank voor uw aanwezigheid, gelukkig nieuwjaar, we gaan er iets moois van maken. Wie heeft er suggesties voor het tot stand komen van een toekomstgericht plan voor het aankomend literair jaar? In de woorden van Don Tonteria y Verdad, nobelsprijswinnaar van de literaire wereldverbeterkunde, gaan wij, geliefde medestrijders op het toneel der letteren “de uitdaging een betere wereld te scheppen met onze fiere pennen” aan?
Broodschrijver: Hoeft helemaal niet mooi of beter te zijn, de mensen hebben deze troep aan zichzelf te danken, dus fok dat ik hier de boel een potje ga schoonschrijven; ik wil broodschrijven! Ik stel voor: we gaan iets doen, genoeg gelul, mijn boodschappentas is leeg, meisje, sta daar niet zo de muur te verbloemen: laat de jongens even die lege tas zien, mooi ding trouwens hè, ja, en die tas ook natuurlijk!
Voorzitter 2: Ja! Iets doen! Dat biedt pespectiven, ik zie vooruitstrevendheid en tegelijk de tragiek van het verlaten. De Masaï – ik heb laatst nog een week bij ze gebivakkeerd – symboliseren het begin van een reis ook met een ceremonieel afscheid, en truckers die huilen ook bij het afscheid, terwijl ze stiekem al aan de snelweghoeren denken. Laten we iets met een weg doen. Met verbindingen die zelf een plek zijn.
Voorzitter 3: Nou, ik zie daar wel een probleem, want essentieel gezien is ‘doen’ problematisch: het impliceert, zoals mijn voorspreker zojuist aangaf, een begin, een breuk met niets doen. Ergo moet er altijd een overgang zijn, een drempel, maar die moet ook weer beginnen, en daar heeft de onvolprezen prof.dr. Souschefski een driedelige sociofilosofische studie aan gewijd; kennen jullie die? Ik stel voor het idee van de broodschrijver, dwz. ‘doen’ – waar ik in princiepe niets op tegen heb, laat daar geen misverstand over bestaan –, te relativeren. Ik stel dus voor: we pogen iets te maken van wat er al is en laten in het midden of dat überhaupt mogelijk is.
Voorzitter 1: Dat klinkt als een pragmatische aanpak, doen dus, ehh…na ja, wat voorzitter 3 dus bedoelt, wat is jouw reactie broodschrijver?
Broodschijver: Sorry, ik was nog bij die truckers, kennen jullie Henk Wijngaard? “Met de vlam in de pijp, scheur ik door de Brennerpas/ met m’n dertig tonnen diesel, ver van huis maar in m’n sas“ Ik heb altijd vermoed dat dat over syfilis ging… vlam in de pijp als je voelt wat ik bedoel, of zijn jullie daar te braaf voor? Dus ik zeg gaan. En oh ja, ik ben vandaag notulist, dus m’n meisje neemt alles op voor later misbruik, want ik zie hier wel brood in. Beetje ad hominem, maar dat vinden jullie vast goed. Of niet. Maar voor niets gaat de zon op.
Voorzitter 3: Moeilijk, in een andere context zou het hier gezegde uit zijn context kunnen worden gehaald.
Voorzitter 1: Laten we de boel bij elkaar houden, notulen zijn voor intern gebruik. Toch?
Voorzitter 2: Dat weet ik niet, elke tekstuele neerslag van een situatie is fictie en daarmee materiaal voor ons literair platform ‘Schampschot’.
Voorzitter 3: Ik denk dat we in overleg 38 nodig de notie ‘fictie’ moeten bespreken. Kan dat in de notulen?
Broodschrijver: Even iets anders: waarom is dit een droge bespreking? Dat met die ontwenning was een uitzonderlijk slecht idee. Don Quijote is ook gek geworden omdat ie niet genoeg gedronken heeft. Meisje, haal even de Beefeater, die kouwe koffie hier heeft een opkikker nodig.
[Noot van de notulist: lage D. Daarnaast: omdat de dictafoon op dit moment in de binnenzak van mijn meisje de vergadering verlaat, houden hier de notulen op, en begint er een heel ander verhaal...maar dat heb ik zelf nog niet helemaal begrepen, wordt vervolgd]
Was getekend, uw nederige notulist.
Kostja M.